Door: Stefan Zwinkels

 

One Day Fly 

 

Kent u deze nog? Dat weinig verheffende plaatje van het Kopspijkers-team om de absurditeit van de Idols marketing te benadrukken?  Peter Heerschop, Viggo Waas en Jack Spijkerman - de laatste is inmiddels zelf opgenomen in het rijk der eendagsvliegen - stonden met ‘One Day Fly’ uit niets op nummer 1 in de Top-40 en daarmee was het doel glansrijk gehaald. De Idol van dat jaar werd bovendien van de nummer-1 positie gehouden. Inderdaad, twee vliegen in een klap.

Ook in de Formule 1 zijn ze er geweest, de eendagsvliegen. In veelvoud zelfs. Het gros van de rijders die door de decennia heen het toneel van de internationale autosporttop betraden en weer afgingen kan niet eens bestempeld worden als eendagsvlieg. Een eendagsvlieg heeft méér bereikt dan alleen wat ronden met de stroom mee rijden. Eén dag, één uitzonderlijke prestatie onderscheidt hem van de grijze massa en zorgt ervoor dat hij wordt herinnerd.

Er zijn veel rijders die dat stempel nooit meer van zich af zullen schudden. Zij zijn inmiddels gestopt of niet meer onder ons. Vittorio Brambilla was er zo een. De Italiaan die nooit echt potten kon breken, maar op die ene dag in Oostenrijk 1975 de geest kreeg en de race in de stromende regen op zijn naam bracht. Recenter viel Olivier Panis de twijfelachtige eer ten deel. Monaco 1996 wordt voortaan in één adem genoemd met de naam van de timide Fransman.

Van de huidige generatie coureurs is er één naam die eruit springt: die van Jenson Button. De Engelsman heeft de belofte die hij was bij zijn debuut bij Williams in 2000 nog maar nauwelijks kunnen inlossen. De auto’s waarin hij sindsdien reed, stelden hem daar ook niet toe in staat. Alleen in 2004 was zijn B.A.R. goed genoeg om podium na podium te behalen en dat deed Jenson dan ook. Die eerste overwinning zat er, door de enorme zegetocht van Ferrari, steeds maar niet in. Tot hij in Hongarije 2006 de weergoden aan zijn kant kreeg en niemand op de Hungaroring die dag kon tippen aan zijn snelheid.

Het bleef voorlopig bij die ene dag voor ‘Jens’. Honda ging er sindsdien niet bepaald op vooruit en Button werd weer passagier in plaats van bestuurder van de auto waarin hij zat. Inmiddels beginnen de jaren te tellen en is het woord ‘belofte’ al lang vervlogen. In eigen land is de hoop inmiddels gericht op Lewis Hamilton en lijkt Button, in de schaduw van de top en aan het verkeerde uiteinde van de pitstraat, steeds meer te worden vergeten. Honda houdt de Engelsman nadrukkelijk uit de wind waar het gaat om publiciteit en de resultaten houden zijn naam al eveneens buiten de headlines.

Het zijn zware omstandigheden voor een coureur om het tij te keren. Hij zei zich onlangs, na de komst van Ross Brawn naar het team, langer aan Honda te willen verbinden, maar het is nog maar de vraag of hij nog altijd even enthousiast is als hij volgend jaar Fernando Alonso naast zich krijgt bij het team. Dat laatste behoort, gezien Honda’s expertise in de door de FIA verplicht gestelde ‘groene’ technologieën, zeker tot de mogelijkheden. De dadendrang van de Spanjaard en de eisen die hij daarbij stelt aan zijn team zijn inmiddels berucht en het is duidelijk dat een coureur heel sterk in zijn schoenen moet staan om daaraan tegenwicht te bieden. Daardoor zou zijn positie als ‘leading charge’ bij Honda onder druk komen, juist op het moment dat alle ingrediënten aanwezig zijn om nieuwe successen te behalen. Erger voor hem: door dat laatste zouden de offers die hij in 2007 en 2008 heeft gebracht met zijn loyaliteit aan het team in een klap volkomen waardeloos zijn.

Het is in zo’n situatie, op een voor hem zo’n cruciaal punt in zijn carrière, waarbij het lastig is om te besluiten wat te doen. Blijven als Alonso komt? Of toch ervoor kiezen om zelf te vertrekken? Het laatste zal tegen de natuur van iedere zichzelf respecterende coureur ingaan, maar anderzijds is het afbreukrisico groot op het moment dat Alonso in zijn eerste seizoen meteen orde op zaken stelt ten aanzien van de interne hiërarchie. Giancarlo Fisichella kan daar een aardig woordje over meepraten. De omgekeerde stap van Honda naar Renault zou voor Jenson niet eens zo’n gek idee zijn. Dat team heeft een bewezen reputatie en zal na het vertrek van Alonso naarstig op zoek zijn naar een ervaren leider.

Zeker is, dat Button na alle omzwervingen en transfers van Honda naar Williams en vice versa op een punt is aanbeland dat hij voor zichzelf het verschil moet gaan maken. Het verschil dat hem in de positie stelt om meer te presteren, om niet de boeken in te gaan als de eendagsvlieg van die ene augustusdag in 2006…

    Groeten,

         Stefan