
Door: Stefan Zwinkels
| |
Reality check En u dacht dat u in 2007 voorlopig wel de meest spectaculaire seizoensfinale had gezien? De Grand Prix van Brazilië was er zo één, waarbij je hart in je keel bonst, het kippenvel over je rug loopt en het zweet licht op je slapen aandringt. De laatste seconden, de laatste meters brengen je in een soort van trance. Je besef van tijd en plaats voor even volledig weg. Massa over startfinish. De gebalde vuist gaat als in slowmotion de lucht in. Het beeld verspringt naar het duel daarachter. Vettel en Hamilton. Door de regen bijna tot eenzelfde tempo vertragend richting Subida dos Boxes, de laatste bocht voor startfinish. Vettel voor Hamilton. Het is een gelopen koers. Waanzin. Weer verspringt het beeld en in dezelfde zweem vliegt de familie Massa elkaar in de armen. Het gejuich overstemt de motoren die buiten langzaam terugschakelen na het passeren van startfinish. Eén man wild gebarend, maar wat zou het. Maar dan. De vriendin van Lewis Hamilton springend en schreeuwend in de pitstraat. Dat beeld klopt niet bij het verlies dat je hem zojuist had toegedicht. De verwarring is compleet. En dan dringt het door. De auto die in het donker van het dichtgepakte wolkendek boven het circuit werd gepasseerd door Vettel en Hamilton was niet de achterblijver waar je tot even daarvoor nauwelijks acht op had geslagen. Het was Timo Glock. De man die als enige in de top-5 niet was gewisseld naar droog-weer-banden en die Lewis Hamilton gedurende die twee zware laatste ronden buiten kampioenschapspositie had gebracht. Die was toch allang over startfinish? Het was niet het geval. De Toyota die door niemand - alleen door die ene oplettende figuur in de Ferrari-pit - was opgemerkt, maakte het verschil tussen winst en verlies. En dan wordt het stil op Interlagos. Op de tribunes, waar even daarvoor het luide gejuich uit de pitbox van Ferrari was overgenomen door de Paulistas, volgt het besef dat het voorbij is. Als na het missen van de beslissende penalty. Het geluid van de motoren, dat twee uur lang boven al het gedruis in de stad uit had geklonken, sterft weg als de coureurs hun auto's in het parc fermé parkeren. De tranen dienen zich aan onder de helmen. Van geluk bij Hamilton, die van de gemiste kans bij Massa. De omhelzing van extase van de McLaren-monteurs, een van troost van Ferrari- teambaas Stefano Domenicali. Je komt langzaam terug in de realiteit en beseft: dit ís de realiteit. Hoe onwerkelijk ook. Het lijkt alsof er minuten voorbij zijn gegaan, maar in feite waren het slechts seconden. Je kijkt verder en ziet dezelfde verdoving op de gezichten om je heen en op tv. De blikken van ongeloof en daarna die van berusting. Blikken van pure blijdschap en ook daar het ongeloof. Je klampt je vast aan de herhalingen die het ongelooflijke bevestigen. Dat ene beslissende moment, slechts tientallen meters voor de man met de zwartwit geblokte vlag. Ook hij zal gedacht hebben dat hij de wereldkampioen had afgevlagd toen de Ferrari over startfinish ging en met dezelfde verbijstering zijn vlag weer hebben gestreken. De wind en de regen zijn nog steeds hevig als de coureurs op het podium staan en de klanken van de volksliederen ook aan hen voorbij lijken te gaan. Aan Massa, aan Alonso en aan Räikkönen. Nog één keer zwiert het beeld van de zichtbaar aangeslagen Massa die het publiek bedankt op het rostrum naar het feest in de pitbox bij McLaren en de omhelzing van Ron Dennis en Lewis Hamilton. Interlagos 2008. Het was een bijzondere ervaring. Groeten,
Stefan |
||