
Door: Stefan Zwinkels
| |
KERS of CURSE? Het nieuwe KERS-systeem is nog geen twee maanden aan tests
onderworpen, maar nu al leidt het tot de nodige verhitte taferelen bij de
teams. Een BMW-monteur kreeg een flinke optater toen hij de met KERS
uitgeruste BMW van
Heidfeld aanraakte en bij Red Bull Racing moesten ze een complete vleugel van de
fabriek sluiten nadat het systeem "voor zichzelf ging beginnen", zoals
Christian Horner het noemde, en in brand vloog. De reacties die naar buiten worden afgegeven zijn manmoedig, maar in werkelijkheid zijn de teams niet op hun gemak over het nieuwe systeem. Ze moeten in feite voor de volle 100% zeker zijn van de veiligheid van het systeem voor zowel de rijder als de omstanders voordat ze het kunnen verantwoorden om het systeem in de praktijk te testen. En dan nog blijft veiligheid in bizarre situaties een lastig issue. Bij een echt zware crash of een uitslaande motorbrand draagt een F1-auto met de KERS-batterij vanaf volgend jaar zijn eigen aansteker met zich mee. Of bij volledige werking de hoogspanning van toch minstens een middelgrote aggregaat. Een zorg die op dit moment nog totaal voorbij gaat aan de FIA. Max Mosley stelt dat het in productieauto's ook lukt om een dergelijk systeem te integreren, maar vergeet voor het gemak dat die niet met 300 kilometer per uur over circuits razen. Het praktische nut in termen van Formule 1 is me eigenlijk vanaf het aller eerste begin ontgaan. Natuurlijk is het een prachtig uithangbord voor Max Mosley en zijn vrienden om te laten zien hoe hoog duurzaamheid op de agenda staat bij de FIA , maar ten opzichte van de energie die vrijkomt bij een F1-auto in actie is de hoeveelheid die door KERS wordt opgeslagen voor hergebruik echt 'peanuts'. Ter vergelijking: het aanremmen van de chicane in Monza levert 878kW aan vrijkomende energie op. De FIA heeft bepaald dat de energie gelijkmatig moet vrijkomen, waarbij niet meer dan 60kW tegelijk wordt vrijgegeven en totaal niet meer dan 400Kjoule per ronde. Met 1kW gelijk aan 1kJ per seconde betekent dat dat een coureur per ronde zes seconden aaneengesloten de maximaal toegestane extra energie tot zijn beschikking heeft, maar hij kan deze naar inzicht inzetten gedurende de ronde. Het extra motorvermogen wordt dus een extra wapen in het arsenaal van de rijder. Een push-to-pass knop zoals we die eerder al zagen in de A1 Grand Prix zal dus vanaf volgend jaar ook in de Formule 1 praktijk zijn, want er mag worden verondersteld dat coureurs in duels op strategische momenten zullen kiezen voor het maximale extra vermogen. Volledige inzet op het moment dat het ook echt rendement oplevert. Logisch en wellicht welkom voor de rijder in een verbeten strijd, maar niet voor de neutrale toeschouwer die de coureurs aan het werk wil zien en de duels wil lezen als een product van hun talent in combinatie met de capaciteiten van de auto. Uitzonderlijke huzarenstukjes zoals de uitremacties van Lewis Hamilton op Hockenheim en Nick Heidfeld in Magny-Cours gaan, in ieder geval voor de niet geïnformeerde toeschouwer op de tribune, op die manier teniet in de zweem van twijfel of die op eigen kracht tot stand kwam of dankzij een eenvoudige druk op de knop. Dat vooruitzicht kent binnen de hekken van het paddock maar weinig voorstanders. De teams hebben zich er inmiddels bij neergelegd dat het vanaf volgend seizoen 'common practice' is, maar daarbuiten is het laatste woord er nog niet over gezegd. Met name de oude generatie van voormalige coureurs is het een doorn in het oog. Niki Lauda, een man die er niet bepaald om bekend staat een blad voor de mond te nemen, spreekt zijn afschuw uit en stelt ronduit dat de F1 kapot wordt gemaakt door de nieuwe politiek van duurzaamheid. De Oostenrijker legde de vinger precies op de zere plek door te stellen dat "niemand lijkt te beseffen wat de ware aantrekkingskracht van de Formule 1 is", "De F1 altijd een extreme sport is geweest en moet dat ook blijven. De mensen komen kijken omdat twintig man als een onverlaat met een bom van 700pk in de rug door bochten durven gaan", stelt hij. De bespiegelingen van de insiders en de éminence grises van de sport daargelaten, het oordeel van de fans zal uiteindelijk de doorslag geven. En hoewel de verpakking uiteraard prachtig blijft wordt het product Formule 1, datgene waar het echt om gaat, geraakt door de veranderingsdrang van de FIA. Uiteraard zijn variabele motorvermogens niet nieuw; die waren er al jaren, zelfs tot en met het einde van het V10-tijdperk, maar met KERS wordt het kunstmatig beïnvloeden van de duels door de FIA juist gepropageerd, daar waar ze altijd 'betere races' zegt te beogen. Wat dat betreft zal nog moeten blijken of KERS geen CURSE wordt voor de Formule 1. Groeten,
Stefan |
||