Home » Specials » Back In The Day: Een bordje pasta in de pits

Back In The Day: Een bordje pasta in de pits

De Grand Prix van Spanje markeert voor de Formule 1 de start van het Europese seizoen en de terugkeer van de motorhomes en hospitality units. Tegenwoordig ruim opgezet en voorzien van alle gemakken en technieken. Dat was jaren geleden wel anders. Toen hadden de Ferrari-monteurs van Niki Lauda, zittend op een gereedschapskist, een snelle lunch met pasta en lambrusco aan weerszijden van zijn Ferrari 312 T.

Het F1-circus beweegt zich al bijna 70 jaar over de wereld. Met inmiddels 21 races op de kalender is het voor velen in de F1 een ‘thuis’ ver weg van huis: een plaats om het hoogwaardige werk te verrichten en tevens de nodige opfrissingen te halen en ontspanning te vinden: de motorhomes hebben sindsdien een enorme ontwikkeling doorgemaakt. Ze zijn een onlosmakelijk element van de autosport op het Europese vasteland. Erbuiten moeten teams zich inspannen om zich van gelijkwaardige alternatieven te voorzien.

Het begon ooit met campers, caravans en flatbed trucks. De F1 in de vroege jaren ’50 was pragmatisch. Veel geld was er niet en het geld dat er was, moest besteed worden aan de auto’s. Er werd gewerkt in de open lucht. Pitboxen waren in die periode langzaam in opkomst op de permanente circuits, maar op de stratencircuits soms nog ver te zoeken.

Veel en lange voorbereidingen waren er niet ter plaatse. De auto’s werden gestart en er werd geracet. Naarmate de technologie een vlucht nam, nam met het toenemen van de afstelmogelijkheden ook de voorbereidingstijd van de teams toe. Zij kregen de behoefte om meer onderdelen mee te nemen, meer onderhoud te plegen. Op het vlak van analyse bleven de variabelen waarmee een team werkte aanvankelijk beperkt tot motortemperaturen, bandendruk, verbruik, camber en de rondetijden in de klapper, die zorgvuldig met de stopwatch in de hand werden bijgehouden door de vrouwen van de coureurs. Naarmate er meer variabelen werden meegewogen ontstond er meer behoefte aan ‘mobiele kantoren’.

Daarnaast was er de opkomst van de commercie. De komst van steeds prominentere sponsors maakten dat de teams zich er vanaf de jaren ’70 en ’80 steeds meer voor inzetten om hun gasten te verzorgen. Was het eerder zo dat de sponsors die taken veelal zelf op zich namen en zich in de buurt van het team positioneerden, begonnen de teams dat steeds meer tot hun taak te zien in een poging om zich te onderscheiden. In de jaren ’90 werd het niet meer als voldoende beschouwd om de consumpties in de Paddock club af te kopen, maar werden eigen portacabins opgericht om de sponsors en hun gasten te ontvangen en heetten vanaf dat moment hospitality units.

De motorhomes maakten sindsdien een enorme ontwikkeling door. In de 2000’s introduceerden de grote teams bijna om het jaar nieuwe, nog grotere hospitality units neer te zetten, ruimte biedend aan honderden gasten per weekend, waar sterrenkoks aan het werk zijn, voormalig coureurs en prominenten de gasten bijpraten over de sport en de champagne al gedurende het weekend rijkelijk vloeit. Het is een belangrijke inkomstenbron voor de sport, want de F1 Paddock Club noteert een jaarlijkse omzet van rond de $ 87miljoen.

Het is in niets meer vergelijkbaar met de dagen van Ferrari-monteur Ermanno Cuoghi en zijn collega’s. Tijdens het Grand Prix-weekend in Watkins Glen in 1975 gebruikten zij een snelle lunch aan weerszijden van Niki Lauda’s 312 T. Een bordje pasta en een bekertje lambrusco in de hal die door de teams werd gebruikt als paddock. De ruimten van de teams werden slechts afgezet door wat hekwerk waarachter de fans zich vrij mochten bewegen en samendromden om zich te vergapen aan de auto’s. Eén ding is in al die jaren niet veranderd: de passie voor de sport en de bewondering voor de F1-auto’s.

 

 

admin
Translate »