Home » Specials » Back in the Day: When it rains…

Back in the Day: When it rains…

…it pours is het Britse gezegde. Dat was maar al te waar in het eerste weekend van juni 1963 in Spa-Francorchamps. De zomer was in aantocht maar de Ardennen staan bekend om hun grillige, eigen weersomstandigheden. Op een drijfnat, ijzingwekkend gevaarlijk Spa was Jim Clark een klasse apart. Hij zette zijn concurrentie eigenhandig op 4 minuten en 54 seconden achterstand.

Ondanks de grillige weersomstandigheden was het circuit volgestroomd voor raceday op Spa-Francorchamps om de 24 coureurs in actie te zien in ronde 2 van het Wereldkampioenschap. Circuit Spa-Francorchamps was in die tijd een niets ontziende baan. Het circuit had nog de oude configuratie van 14 kilometer met de beruchte Masta Kink en de lange, snelle bocht bij Malmedy. Spa-Francorchamps vormde in die tijd de dagelijkse verbindingswegen tussen de dorpjes Francorchamps, Malmedy en Stavelot, compleet met telefoonpalen en naast gelegen woningen. Het circuit werd slechts afgebakend door hooibalen die afkomstig waren van boeren uit de omgeving. Als een coureur de bocht uit vloog, zou kon hij zomaar tegen een huis of aan de weg grenzende schuur belanden.

Met dat als gegeven waren er normaal gesproken in de jaren ’60 stalen zenuwen voor nodig om daar met de kwetsbare chassis volgas te gaan, maar bij regenachtige omstandigheden was nog meer controle benodigd. In die omstandigheden was Jim Clark in zijn tijd een klasse apart. De Schot had de beschikking over het best uitgebalanceerde chassis, de Lotus 25, en was gezegend met een fenomenale wagenbeheersing. Hij was begin jaren ’60 door Colin Chapman ontdekt en gold als het gedoodverfde talent.

Sindsdien was het snel gegaan met de carrière van Clark. Precies een jaar eerder won hij in Spa-Francorchamps zijn eerste Grand Prix. Na een moeilijke start had hij zijn snelheid steeds verder opgebouwd tot hij in de 9e ronde de leiding kon overnemen. Toch had Clark niet alleen goede herinneringen aan Spa, in tegendeel: eigenlijk haatte hij het. Hij maakte er in 1958 een moeilijk internationaal debuut door en zag er door de jaren heen van dichtbij collega’s verongelukken.

In de vrije trainingen leek het noodlot opnieuw toe te slaan. Clark zag hij zijn teamgenoot Trevor Taylor bij ruim 200 km/u door een houten marshalpost vliegen, een bijna cartoonesk gat in de wand achterlatend. De Engelsman kwam er wonderwel met alleen wat kneuzingen vanaf. Hij zou de kwalificatie desondanks gewoon rijden en op zondag starten, maar na vijf ronden in de race moest hij alsnog opgeven door fysieke problemen.

Clark zelf kampte met versnellingsbakproblemen en kwalificeerde zich daarmee slechts als achtste. Op zondag zou hij daardoor vanaf een overvolle derde startrij aan de race beginnen met een keur aan grote namen voor zich. Onder hen: regerend kampioen Graham Hill, Dan Gurney en Bruce McLaren.

Het had op zondagochtend hevig geregend. Een grote wolkbreuk en onweer hadden het circuit onderwater gezet, maar vlak voor de start was de baan al aardig opgedroogd. De start vond plaats op het rechte stuk heuvelafwaarts vanuit La Source. Clark had een goede start en kon Willy Mairesse voor hem ontwijken. Via het gras reed hij al zijn tegenstanders voorbij en nam de leiding over, nog vóór poleman Graham Hill. Alleen Hill kon Clark aanvankelijk bijhouden, maar Clark zou zijn marge vooraan systematisch opbouwen tot acht seconden na vijf ronden. Door de nog vochtige baan bleven de rondetijden nog boven de vier minuten. In de volgende acht ronden verdubbelde Clark zijn marge op de BRM. Halverwege de race ging Clark voor het eerst onder de 4 minuten, maar vanuit de heuvels Malmédy stak een nieuw noodweer op. Bliksemschichten verlichtten de lucht vervaarlijk boven de bossen en een hevige stortbui maakte zich meester van het circuit. Graham Hill zou er nog net op tijd voor kunnen schuilen nadat hij de BRM met een versnellingsbakprobleem aan de kant moest zetten.

Vooraan reed Clark nu een eenzame race, maar moest alle zeilen bijzetten om de auto op de baan te houden. Zelden had het in de naoorlogse Grand Prix-racerij zo hevig geregend als op dat moment. IN de pits kwam een discussie op gang. Lotus teambaas Colin Chapman en BRM-ontwerper Tony Rudd pleitten voor het stilleggen van de race, maar de Belgische wedstrijdleiding wilde het nog even aanzien. Clark hield de Lotus in het rechte spoor. Hij had bijna het gehele veld op een ronde gezet. Bruce McLaren was in de slotfase de snelste man op de baan. De Nieuw-Zeelander unlapte zichzelf en zou Dan Gurney nog passeren voor de tweede plaats. Clark zou de race met een ruime voorsprong van 4 minuten en 54 seconden aan de finish brengen.

De Schot stapte na 32 ronden doorweekt en licht onderkoeld uit en haastte zich door de mensenmassa richting het podium, waar een droge set kleding voor hem klaar lag. Bij uitzondering werd hij gehuldigd in een polo en een jack.  De overwinning was die middag slechts bijvangst, in die helse middag in Spa was het een kwestie van overleven.

admin