
| THE RAIN MASTER'S PRIME |
|
|
Het is 11 april 1993, inmiddels vijftien jaar geleden, als Ayrton Senna bij het opstaan vanuit zijn hotelkamer in Leicestershire naar buiten kijkt. Het weer is druilerig en grijs. Het typisch Engelse weer, maar tegelijkertijd beseft hij dat het misschien wel de perfecte dag kan worden. Op een droge baan was het met de matig uitgeruste McLaren Ford nauwelijks mogelijk om grootse prestaties neer te zetten. Twee weken eerder in Brazilië had hij ook het geluk gehad met de weersomstandigheden. Niet dat hij blij was met het vooruitzicht van een regenrace. Het was een algemene misvatting dat hij racen in de regen leuk vond, maar hij was er nu eenmaal goed in. Het vergde concentratie, maar in die omstandigheden kon hij de concurrenten nog echt van zich afschudden. Toch kon ook de Braziliaan, inmiddels een gelouterde drievoudig wereldkampioen, niet voorzien wat er zich die middag op het kletsnatte, nauwe en bochtige Donington Park zou voltrekken. Het was bij monde van de FIA een eenmalige aangelegenheid, de Grand Prix van Europa op het krappe baantje midden in de East MIdlands. Eigenlijk was het circuit niet meer geschikt voor Formule 1. Te kort, te krap, met nauwelijks faciliteiten en zeker niet de infrastructuur om massa's toeschouwers te ontvangen, maar het was de enige uitwijkmogelijkheid geweest na het vervallen van de geplande Grand Prix van Azië. Mexico was door Bernie Ecclestone al aan de kant gezet en veel alternatieven waren er niet. Zonder extra race zou het Wereldkampioenschap echter maar vijftien wedstrijden tellen en daarmee zou het seizoen niet alleen navenant kort zijn, er zouden zich tevens problemen voordoen met televisiemaatschappijen die een minimum van zestien wedstrijden was beloofd. Het
werd dus Donington Park. Zeer tegen de zin van een aantal coureurs, Senna
incluis. Hij had er weliswaar ooit zijn testdebuut gemaakt in de Formule
1: tien jaar eerder bij het team van Williams, maar hij had er nooit
veel mee gehad. Williams had nu uitgerekend de te kloppen auto met rivaal
Alain Prost achter het stuur. Gedurende de wintermaanden had Senna er veel
aan gedaan om in die Williams te zitten, maar een veto van Prost
blokkeerde een overgang. Senna bleef daardoor, noodgedwongen op per race
basis voor McLaren rijden. Maar het team was in 1993 geen schim meer van
wat het was toen hij een tweetal jaar eerder zijn derde wereldtitel had
behaald. Honda had zich teruggetrokken en het team was aangewezen op de
zwakke versie van de Ford Cosworth-motor. De matige competitiviteit van de McLaren weerhield Senna op zaterdag van pole-position. Het was nog de tijd dat er zowel op vrijdag als op zaterdag kwalificatiesessies waren. Op vrijdag was het weer al slecht geweest en kwam niemand tot de echt competitieve tijden en dus kwam het aan op het uur op zaterdagmiddag. Op zaterdag was het droog en daarin waren de Williams' het veld technisch te ver vooruit met de semi-automatische versnellingsbak. Ook de jonge Michael Schumacher bevond zich voor de Braziliaan op de startopstelling. Het was in de kwalificatie een zware strijd geweest tussen Senna en Schumacher om de beste positie op de tweede startrij. Het was de Duitser die met een 0,15 seconde verschil aan het langste eind trok. Over Prost en diens teamgenoot Damon Hill maakte Ayrton zich, met het oog op de baanomstandigheden die zondag, niet veel zorgen. Prost's berekenendheid verbleekte als het regende en Hill kwam net kijken, miste de ervaring. Het was Schumacher waar Senna zich de meeste zorgen om maakte. De jonge Duitser had zijn eerste race in wisselende weersomstandigheden gewonnen en het was duidelijk dat hij een groot talent was. Zijn Benetton had tot Senna's ergernis bovendien een sterkere versie Cosworth-motor dan McLaren. Maar zo nat als het in Donington was op zondagochtend, was het al even niet meer geweest en het viel nog maar te bezien hoe de Benetton-coureur zich in die omstandigheden zou houden. Tijdens de warm-up regende het nog volop en waren de beide Williams' snel. Tegen de middag stopte het met regenen en daarmee leek de race op een opdrogende baan te zullen plaatsvinden. De temperaturen waren medio april echter zo laag, dat de met het Engelse landschap meeglooiende circuit nooit helemaal zou opdrogen. Het beloofde echter een onvoorspelbare wedstrijd te worden. Het publiek dat in Donington heel wat had moeten trotseren, kon de paraplu's opbergen, maar kon niets vermoeden van het schouwspel dat zich voor hun ogen zou voltrekken.
Met de baan nog drijfnat bij het opstellen voor de lichten, zouden de coureurs die dat voordeel hadden een beroep doen op de elektronica: traction control bevond zich in een primitief stadium, maar kon de coureurs bij deze omstandigheden net even het voordeel geven. Senna's McLaren had het, Benetton niet. Toch zou Schumacher Senna bij de start knap afhouden. De Benetton kwam duidelijk beter van zijn plek, waardoor Schumacher het voordeel voor de eerste bocht. Die blokkeerde een mogelijke charge van de Braziliaan buitenom. Sauber-coureur Karl Wendlinger kon daardoor achter de Benetton aansluiten, waardoor Senna zich na de eerste bocht op de vijfde plaats terugvond. Maar vanaf dat moment zouden de gebeurtenissen elkaar heel snel opvolgen. Senna herstelde zich razendsnel van de kleine setback na de start. Na het block van Schumacher sneed de McLaren razendsnel terug naar de binnenkant, waarmee hij direct het voordeel terugpakte en de Duitser nog voor Bocht 2 achter zich liet. Hij bevond zich daarmee direct aan de staart van Karl Wendlinger. Die leek voor Bocht 3 in het voordeel te zijn aan de binnenkant, maar Senna benutte resoluut elke meter asfalt die hij beschikbaar had, hield daardoor een hogere snelheid en ging buitenom voorbij de Sauber. En daarmee had hij P3 in handen achter de beide Williams'. Die hadden in de eerste kilometers nog geen afstand kunnen nemen en Senna zette direct de aanval in op Damon Hill. Voor McLeans zette hij de McLaren ernaast, remde veel later en was er voorbij. Vervolgens waren het drie wagenlengtes die hem scheidden van een sensationele leidende positie. Zijn snelheid was nog altijd hoger dan wie dan ook, ook in het nauwe complex bij Shields Straight richting de krappe 180 graden Melbourne hairpin. Uitkomen de Fogarty Esses had hij het gat naar Prost gesloten en opkomen richting de hairpin koos hij de binnenkant van Prost. Een beheerste uitremactie volgde en de meest sensationele ronde ooit vertoond was bijna compleet: twee bochten voor het einde van de eerste ronde had de Braziliaan vijf posities goed gemaakt en ging hij aan de leiding van de race. Teamgenoot Michael Andretti lag er op dat moment al uit. De onfortuinlijke Amerikaan strandde in Coppice na een samenkomst met Karl Wendlinger. Ook de Oostenrijker lag eruit nadat zijn race zo veelbelovend was begonnen. Senna bouwde vervolgens aan een riante voorsprong. Na de tweede ronde bedroeg zijn voorsprong 4,2 seconden en dat leek consequent toe te nemen. Totdat de baan na ronde 6 duidelijk een droog spoor begon te vertonen. Martin Brundle was op dat moment de eerste die naar slicks wisselde, maar de Engelsman zou twee ronden later kansloos van de baan spinnen, later toegevend dat de wissel op dat moment net iets te optimistisch was geweest. In ronde 18 kwam Senna binnen voor zijn eerste pitstop. Vroeger dan zijn geplande schema, maar hij achtte een wissel naar slicks noodzakelijk om snelle tijden te blijven zetten. Alain Prost volgde een ronde later in zijn spoor, maar amper terug op de baan begon de regen weer te vallen. Binnen drie ronden was de Fransman weer terug aan de Williams-pit om terug te wisselen. Senna bleef buiten op de natte baan tot ronde 28 en behield de leiding bij zijn wissel terug naar regenbanden. Wederom was de wit-rode McLaren de enige met een balans alsof er geen druppel was gevallen. Zo beheerst ging Senna het circuit rond. De concurrentie voelde de druk en voer volledig op de omstandigheden van het moment. Zo gebeurde het, dat Prost in de 33e ronde terugwisselde naar slicks in de hoop Senna op die manier de loef af te kunnen steken. Senna volgde een ronde later, maar bij de wissel was er een probleem met het achterwiel. De stop duurde daardoor langer dan twintig seconden en dat kostte Senna de leiding. Alain Prost had inmiddels een aardige marge als op dat moment de hemelpoorten zich voor de zoveelste keer die dag openden. Acht ronden na zijn tweede stop kwam de Williams wederom binnen voor regenbanden. Senna bleef buiten en dat bleek de juiste keuze. De regen zette niet door en de racelijn droogde, ondanks een toenemend aantal uitvallers, snel op. Williams zag de fout in, maar probeerde haar gezicht te redden door Prost langer buiten te houden. Het werkte averechts, want de rondetijden op de verhit rakende regenbanden kwamen niet in de buurt van die van de Braziliaan. Pas in ronde 48 wisselde Williams voor een vierde keer. De stop verliep chaotisch. Prost liet de auto afslaan en doordat die vastsloeg in de eerste versnelling, duurde het ruim een minuut voor Williams hem weer onderweg kreeg. Damon Hill was op dat moment de voorste WIlliams, maar ook de onervaren Engelsman was het spoor volledig bijster in de grote vlaag van besluiteloosheid bij de teams. Ten tijde van zijn stop in ronde 50 was hij de enige coureur in dezelfde ronde als de leider in de wedstrijd... Het werd van kwaad tot erger voor Prost, die de Williams-pitcrew overuren bezorgde door in de 53e ronde wederom binnen te komen, nu voor een wissel van zijn linkerachterband, waarvan hij vermoedde dat die lek was. Rubens Barrichello was de Fransman hierdoor voorbij gegaan voor de derde positie in de race. De Braziliaan wisselde in ronde 55 naar slicks, maar was de pitstraat nog niet uit of weer begon de regen met bakken tegelijk te vallen. In ronde 56 stond hij er weer. Senna wilde zelf in ronde 57 naar binnen voor regenbanden, maar bleef buiten omdat het team op het laatste moment meldde niet klaar te zijn voor zijn bezoek. Door de korte pitstraat zou de rondetijd die volgde de snelste ronde zijn die werd genoteerd in de race. Dat laatste bevestigde wat Senna op dat moment al zag: de bui was kort maar hevig geweest en een wissel naar regenbanden was niet langer noodzakelijk. De rest reed eveneens door op slicks en dacht eindelijk op het goede rubber te staan toen na 63 ronden opnieuw de regen kwam. Nu capituleerde ook Senna en maakte zijn laatste stop, volledig los van het veld was zijn leidende positie geen moment in het geding en de Braziliaan maakte op het wisselend natte asfalt niet de minste misstap. Hill en Prost volgden twee, respectievelijk drie ronden later, maar vanwege de vele eerdere wissels was Williams door de verse regenbanden heen en moest ze noodgedwongen een van de gebruikte sets monteren. Het was voor Prost de zevende bandenwissel van de dag. Senna ging ondertussen stoïcijns door aan de leiding. Hij won de race met een voorsprong van 1:23.199 op Damon Hill, die als enige binnen een ronde eindigde. In de uitloopronde etaleerde Senna de macht waarmee hij die middag had huisgehouden op Donington: met een Braziliaanse vlag in de hand was de middag een absolute onemanshow geweest. Een die nog lang zou nadruisen bij de concurrentie. Damon Hill sprak van een 'nightmare race'. Prost, ondanks zijn zeven stops nog als derde gefinisht, kon niet meer dan prevelen dat hij 'erg teleurgesteld' was. Senna zelf kon zijn geluk nauwelijks op. Zijn tweede opeenvolgende overwinning bracht hem nog een nog ruimere leidende positie in de stand om het Wereldkampioenschap: "Ik ben sprakeloos. Echt in de zevende hemel. Ik had vooraf niet durven hopen op deze manier twee overwinningen te behalen en ik wil zeggen dat het een race was die we als groep hebben gewonnen". Gevraagd naar de fenomenale eerste ronde volgde een als gebruikelijk zakelijk antwoord: "Ik besloot er voorafgaand aan de race echt voor te gaan, voordat de Williams' de tijd hadden om te consolideren. Zij zijn technisch superieur, dus we dachten dat dit de beste tactiek zou zijn. En daarna gebeurde er zoveel, dat ik het moeilijk vind om het allemaal op te rakelen. Tijdens mijn langzame pitstop ging er iets mis met het achterwiel, maar die jongens staan echt onder druk. Zo is autosport".
In het verdere verloop van 1993 zou de hegemonie van de Williams' te groot zijn om zijn leidende positie na Donington te verdedigen. Hij won dat jaar nog drie wedstrijden, inclusief zijn laatste race voor McLaren in Adelaide. Maar over wat de meest indrukwekkende race was geweest, was men het unaniem eens: Donington 1993. Vooraf gevreesd als een van de saaiste wedstrijden ooit. Vanwege het weinig spectaculaire circuit in het het al evenmin opbeurende landschap en temeer omdat bandenleverancier Good Year vooraf had gesteld dat de race, ondanks een lengte van 76 ronden, weleens een no-stopper zou kunnen zijn voor een aantal teams: een wedstrijd zonder pitstops. Het tegendeel was het geval. Ironisch genoeg zou er tot de Grand Prix van Europa van vorig jaar geen wedstrijd meer volgen waarin er zoveel pitstops werden gemaakt als die dag in Donington Park: maar liefst 69 keer werd er van banden gewisseld. De race zou meer dan welke race ook het enorme talent aftekenen van de man met die karakteristieke gele helm in de al even roemruchte Marlboro McLaren. Niet alleen voor die spectaculaire en nooit meer te evenaren eerste ronde, maar ook vanwege het instinctieve vernuft waarmee hij zich als enige, foutloos en zonder een spoor van twijfel, staande hield in de moeilijkst denkbare omstandigheden. · SZ
|
|
DONINGTON PARK
