THE GREAT ESCAPE 

 

 
        
Het Place de la Concorde in Parijs was het decor voor de dag
des oordeels voor FIA-President
Max Mosley. Die won de stemming
over zijn positie
, maar daarmee
zijn de problemen voor de FIA nog
niet voorbij.
  
 

Het waren vooral fotografen en tv-ploegen die zich op 3 juni hadden verzameld voor het FIA-gebouw aan het Place de la Concorde in Parijs. De Algemene Vergadering was een besloten bijeenkomst en daarbij zouden de media de zitting buiten moeten afwachten. Van Max Mosley werd slechts kortstondig een glimp opgevangen toen die in een geblindeerde Mercedes arriveerde en in allerijl naar de ingang werd begeleid. Het zou erom spannen was de algemene tendens. Kort voor de vergadering had een groot aantal prominente autobonden zich uitgesproken tegen het aanblijven van Mosley. Die was zelf echter niet van zijn stuk te brengen en volhardde in zijn intenties om de stemming af te wachten.

Toen de stemming erop zat, voltrok  hetzelfde tafereel zich in de omgekeerde volgorde. Mosley kwam naar buiten, baande zich omringd door beveiligers een weg door de samendrommende fotografen naar de auto en verdween zonder een enkel woord. Toch was de grimas wat van zijn gezicht verdwenen. Hij had de stemming overleefd, zelfs glansrijk gewonnen met 103 tegen 55 stemmen. Een opmerkelijke uitkomst die een aantal van de aanwezige FIA-leden maar nauwelijks kon bevatten.

 

Toch lag het in de lijn der verwachting dat Mosley de stemming uiteindelijk met een krappe of ruimere meerderheid zou winnen. Vanuit zijn positie, zijn brede netwerk en aan de hand van de tientallen schriftelijke reacties die hij ontving kon die vooraf een goede inschatting maken van wie hij iets te duchten had. De stemming was bovendien zodanig opgezet, dat de FIA-leden anoniem hun stem moesten uitbrengen. Een bredere dialoog tussen de FIA-leden, die alsnog voor een verschuiving had kunnen zorgen, werd zorgvuldig vermeden. 

Mosley zou het nooit op de stemming en, dus op een publieke vernedering, laten aankomen als hij verwachtte niet aan een meerderheid te kunnen komen. Maar daarvoor had hij in de vijftien jaar van zijn presidentschap inmiddels voldoende steun opgebouwd. Het waren met name de machtige autobonden uit de grote landen die hem het liefst zagen vertrekken. De Amerikaanse AAA, de Japanse JAF, de Triple A uit Australië en voorop ADAC uit Duitsland waren felle tegenstanders van de motie om Mosley als President te behouden, maar ondanks hun aanzienlijk grotere omvang hadden zij elk maar één stem.

De ruime meerderheid had Mosley te danken aan veelal kleinere landen. Vooral landen uit Oost-Europa, zoals Tsjechië, Polen en Hongarije en een aantal Arabische landen steunden Mosley. De FIA heeft in deze landen het afgelopen decennium veel ontwikkeling gestimuleerd van zowel veiligheid op de weg als het promoten van de autosport. Deze landen bleven tijdens de stemming dan ook loyaal aan Mosley. Ook de Franse FFSA, die nauw verweven is met de FIA-organisatie in Parijs, steunde Mosley's verzoek tot aanblijven. 

Tussen de voor- en tegenstanders bevond zich ook een groot aantal clubs die Mosley's handelen weliswaar afkeurden, maar zich hardop afvroegen hoe de FIA verder zou moeten als Mosley per direct zou vertrekken. Over mogelijke kandidaten voor opvolging deed de FIA tot op heden expres nog geen uitlatingen en de verkiezingen van oktober 2009 zijn nog zo ver weg dat niemand die een kandidatuur overweegt zich al heeft kunnen vergewissen of die daarvoor voldoende steun zou behalen. 

Mosley's pleidooi over de staat waarin hij de FIA momenteel ziet had bovendien zijn uitwerking niet gemist. In zijn brief aan de voorzitters van de FIA-leden schreef hij dat de FIA zich om meerdere redenen op een belangrijk moment in haar geschiedenis bevindt. In de eerste plaats noemde hij de nieuwe onderhandelingen met de houder van de commerciële rechten van de Formule 1, die meer macht naar zich toe zou willen trekken; de onderhandelingen over een nieuwe Concorde Overeenkomst en de tanende eenheid binnen de FIA. Mosley stelde het ondanks de publicaties over zijn privéleven nog altijd als zijn plicht te zien de FIA naar een rustiger vaarwater te loodsen.

Of hij daar met het winnen van de stemming aan bijdraagt, is echter nog maar zeer de vraag. De reacties op de uitkomst van de stemming van de grote bonden en anderen betrokken waren ongemeen fel. De Duitse ADAC maakte zelfs nog diezelfde dag bekend haar betrokkenheid bij en functies binnen de FIA voor onbepaalde tijd te zullen opschorten. Andere bonden overwegen sterk om dat voorbeeld te volgen. Onder hen: de Amerikaanse AAA, de Deense FDM, de Zwitserse TCS, de Oostenrijkse OEMTC en ook de Nederlandse KNAF.

Hoewel dit slechts 6 van de in totaal 164 stemmen in de FIA betreft, zou de impact van een vertrek van deze bonden aanzienlijk groter zijn dan dat cijfer doet vermoeden. Het zijn met name de grote bonden geweest die door middel van samenwerking binnen de FIA hebben bijgedragen aan het niveau van facilitatie van mobiliteit en veiligheid op de weg en in de sport. Dankzij hun inbreng hebben kleinere en aanzienlijk minder vermogende bonden kunnen profiteren van de internationale aanpak door de FIA. Het wegvallen van een aantal van deze historische pijlers in de organisatie zou de FIA, hoezeer Mosley dit ook zal willen tegenspreken, wel degelijk verzwakken. Niet alleen zal het machtsblok van een aantal resterende grote bonden, zoals de Franse FFSA en de Britse MSA nog groter worden, de reikwijdte van FIA-oplossingen zal door het afwenden van deze bonden onmiddellijk worden beperkt.

Naast het protest van de bonden stuitte de uitkomst van de stemming ook op negatieve reacties van andere betrokkenen. De tegenstand vanuit de autosport, die sterk afhankelijk is van sponsors, was aanzienlijk groter dan van de autobonden die zich voornamelijk richten op mobiliteit. Zo gaf Bernie Ecclestone andermaal aan dat Mosley wat hem betreft alsnog zijn functie zou moeten opgeven. Ook de fabrikanten, met name BMW, Mercedes en Toyota, zouden verre van gelukkig zijn met het aanblijven van Mosley en blijven zich terughoudend opstellen om met hem in dialoog te treden. "Ik wist dat hij zou winnen. Hij kon die stemming onmogelijk verliezen", zei Ecclestone daags na de stemming, "maar ik denk nog steeds dat het niet goed is voor hem en ook niet voor de FIA. Eerst zei hij dat hij aan het einde van 2007 wilde stoppen, toen aan het einde van dit jaar en dat was voor dit alles gebeurde".

Ecclestone stelde dat Mosley rekening moet houden met nog meer tegenstand. "Het probleem is, dat situaties zoals hij ondervond in Monaco zich zullen herhalen. Prins Albert maakte heel duidelijk dat hij hem niet op de grid wilde zien en dat hij beveiliging om zich heen had om ervoor te zorgen dat als Max in de buurt kwam zij niet samen werden gezien".

Het werken in het publieke domein lijkt voorlopig dan ook onmogelijk voor de FIA-President. Een zware handicap voor het uitvoeren van zijn functie, want zichtbaarheid is een van de belangrijke aspecten van het leiderschap van de FIA. Als er veranderingen teweeg moeten worden gebracht is het belangrijk dat deze worden uitgedragen door een sterke president. Iets wat Mosley gedurende zijn ambtstermijn ook altijd heeft gedaan. De vraag is of hij dat in de toekomst met dezelfde overredingskracht kan blijven doen als hij door belangrijke spelers wordt gemeden.

 

De FIA zelf staat ondertussen onder zware druk. De dreiging van een afsplitsing van een aantal bonden is er door het aanblijven van Mosley tot ten minste oktober 2009 niet minder om geworden. De bonden die zich van de FIA distancheren zullen samenwerkingen zoeken om grote projecten te kunnen blijven uitvoeren. De positie van de FIA als de internationale automobielfederatie zou daarmee zwaar kunnen worden ondermijnd. Vooral als sleutellanden als Japan, dat twee van de vier grootste automobielfabrikanten ter wereld heeft voortgebracht, en de VS zich van de FIA zouden afkeren.

Mosley zelf zal zich, zo goed en zo kwaad als dat gaat, wel handhaven in de lastige situatie waarin hij is beland. Hij is door de wol geverfd en iemand van het kaliber dat in normale omstandigheden moeiteloos naar een premierschap zou kunnen dingen. Zijn naam als zoon van de Britse fascist Oswald Mosley maakte een carrière in de politiek onmogelijk, maar binnen de autosport heeft hij zich des te meer geprofileerd als iemand die een beladen organisatie als de FIA naar zijn hand kan zetten. Het feit dat hij ondanks het zware weer waarin hij verzeild raakte - een situatie waarin menig bestuurder zich uit de voeten zou maken - zo'n ruime meerderheid wist te behalen in de stemming is tekenend voor zijn invloed. 

Die invloed zal hij ten minste nog tot oktober 2009 doen gelden, want de FIA-stemming was voor Mosley het enige serieuze obstakel voor de verdere beoefening van zijn functie. Het feit dat hij Ferrari-president Luca di Montezemolo wist terug te laten komen op uitspraken in de Italiaanse Gazzetta dello Sport maakt duidelijk dat Mosley aan die invloed nog altijd niets heeft ingeboet. Di Montezemolo had in de Italiaanse sportkrant gezegd dat Mosley uit hoofde van geloofwaardigheid beter kon opstappen, maar nuanceerde dat standpunt later in een officieel Ferrari persbericht. Voor Mosley breekt niettemin de wellicht moeilijkste fase van zijn presidentschap aan, nu de FIA en haar invloed serieus onder druk staat en de verdeeldheid groter is dan ooit tevoren..· SZ

 

 

  De grimas was na afloop van het gezicht verdwenen, maar Mosley weerhield zich van commentaar. 

 

 

 

 

  Mosley doorstond de stemming met een meerderheid van 103 tegen 55 stemmen. 

 

 

 

 

Met de stemming achter de rug begint een nieuw lastig hoofdstuk voor de FIA. 

 

 

 

 

Mosley trad in Monaco voor het eerst weer in de openbaarheid, maar was voor de officiële gelegenheden niet genodigd.

 

 

 

 

Bernie Ecclestone was zeer uitgesproken over Mosley's zege in de stemming. 

 

 

 

 

  De fabrikanten vrezen negatieve gevolgen nu de verdeeldheid binnen de FIA een nieuw hoogtepunt heeft bereikt.  

 

 

 

 

 


   eerdere artikelen in de mosley-affaire: 


  
MOUNTING PRESSURE
  on the waterfront