
| THE REAL SENNA |
|
Op
1 mei is het precies vijftien jaar geleden dat Ayrton Senna overleed na het
ongeval op het circuit van Imola.
F1-Planet.com gedenkt de Braziliaan met de publicatie van een van de
eerlijkste interviews die hij ooit gaf.
|
Het heeft iets beklemmends. De coureur, wat eenzaam neergestreken op de sokkel, het hoofd gebogen en het gezicht diep in gedachten verzonken in de vervreemdende serene rust van het park. Het bronzen beeld van Ayrton Senna da Silva achter de zo gewraakte Tamburello-bocht op het Autodromo Enzo e Dino Ferrari is, vijftien jaar na de dood van de Braziliaan, nog altijd een druk bezocht gedenkteken. Fans van over de hele wereld staan er stil, leggen bloemen of brengen er hun persoonlijke eerbetoon. De stilte staat in groot contrast met de snelle wereld waarin de Braziliaan zich in de laatste tien jaar van zijn leven met zoveel passie had begeven. En toch was dat maar het topje van de ijsberg. De man op de sokkel. Ook dit was Ayrton Senna. IJzersterk in de snelste auto's ter wereld, daarbij zelfverzekerder dan welke coureur voor én na hem, maar buiten het oog van fans, media en collega's had Senna echter ook twijfels. Hij worstelde met de extreem hoge eisen die hij aan zichzelf stelde. Aan de ene kant was er de totale toewijding aan zijn sport en aan de andere kant de voortdurende reflectie om nog beter te presteren, nog meer te bereiken en tegelijkertijd trouw te blijven aan zijn geloof en de waarden waar hij zichzelf aan verbond. Het nu volgende interview geeft een uniek en zeldzaam beeld van de echte Senna. Hij gaf het in een moeilijke periode. Het is de zomer van 1993. Ayrton Senna is gefrustreerd over de matige competitiviteit van zijn McLaren Ford. Hij had op dat moment drie races gewonnen, maar de kans op de wereldtitel was reeds lang door zijn handen geglipt. Hij moest machteloos toezien hoe de Williams' van zijn rivaal Alain Prost en Damon Hill de ene na de andere overwinning behaalden. Het was uitgerekend nu, dat Senna uitgebreid sprak over zijn gevoelens en zijn beweegredenen. De rotsvaste overtuiging lijnrecht tegenover de twijfels, en de volharding in een direct duel met de berusting in het feit dat hij op dat moment niet de mogelijkheid had om het beste uit zichzelf naar boven te halen.
Senna profileerde zich gedurende zijn carričre als een complexe persoonlijkheid. Volledig gericht op presteren en daarbij veel eisend van de mensen om hem heen. Zakelijk en koel, maar soms ook zeer emotioneel en flamboyant. Een situatie die niet altijd even gemakkelijk te verkroppen was voor de mensen in zijn omgeving. "Of ik een moeilijk persoon ben? Dat ligt eraan. De sleutel in elke relatie is het gevoel dat je dezelfde taal spreekt en dat je dezelfde waarden hebt. Er is respect, vertrouwen, professionaliteit, competentie enzovoort. Ik vind dat als een aantal van die dingen ontbreken, vooral respect, eerlijkheid en oprechtheid – ik een moeilijke jongen ben en onmiddellijk een moeilijk persoon word". "Belangrijk is, dat ik altijd mezelf ben gebleven. Als je niet jezelf bent en niet bij je eigen waarden blijft, ben je niemand. Ik denk dat ik goede waarden heb. Ik doe mijn best om de dingen goed te doen en soms verknal ik het, maar ik doe het niet expres. Het is niemand anders’ fout dan de mijne. Soms raak ik verzeild in situaties en verknal ik het. Dat zijn de omstandigheden waar we op dat moment in zitten en dan word ik boos. Het maakt me boos. Het is stressvol om daarmee om te gaan als je weet dat sommige mensen het gewoon niet waard zijn om je druk over te maken. Alles wat je wilt, is zo ver mogelijk bij hen vandaan blijven. Ik praat liever niet over mensen op die manier en toch, zelfs als je hun leven moeilijk kunt maken, gaan ze rond en rond en komen terug en moet je ze weer onder ogen komen. Het is moeilijk”. Senna doelt impliciet op de keiharde rivaliteit met Alain Prost. Sinds de twee bij McLaren teamgenoten waren, vochten ze een verbeten rivaliteit uit. Tot tweemaal toe raakten ze elkaar in de eindstrijd om de wereldtitel. In 1989 crashten ze, Senna werd gediskwalificeerd, Prost werd wereldkampioen. Een jaar later raakten ze elkaar weer in de seizoensfinale op Suzuka, toen nadat op last van Balestre de pole-position naar de ongunstige kant van de baan werd verplaatst. Senna waarschuwde toen het te zullen laten aankomen op een crash als Prost er voordeel uit zou behalen. “Ik weet nooit 100% zeker wanneer je deze mensen echt op moet geven. Mijn aard zegt probeer het opnieuw. Je zegt dan: “mensen kunnen veranderen, waarom niet. En op het moment dat je denkt dat het OK is, krijg je een mes in je rug. In deze omgeving moet je jezelf zijn, trouw blijven aan jezelf en aan je principes. Soms heb je het fout, maar op de lange termijn ben je beter af. Het slechtste is om besluiteloos te zijn, omdat je dan kwetsbaar bent”. Het
bovenstaande tekent hoe zeer Senna zichzelf in het gareel probeert te
houden. Een van zijn uitvalswegen daarbij is zijn rotsvaste overtuiging in
het geloof. “Ik
krijg veel vragen over religie en ik ben vaak verkeerd geciteerd of geďnterpreteerd.
Soms per ongeluk, soms om me te beschadigen, maar ik denk dat het het
waard is om erover te praten, want in deze goddeloze wereld zoeken heel
veel mensen naar een geloof. Ze zijn er wanhopig naar op zoek. Ik ben
alleen maar eerlijk daarin. Ik zeg wat ik geloof en wat ik voel. Je biedt
het geloof aan an diegene die het willen. Als je dat niet doet hebben ze
niet de mogelijkheid om het te zien. Sommige mensen zullen je niet
begrijpen en hebben geen duidelijke mening, sommigen begrijpen het omdat
ze er open voor staan en begrijpen waar je het over hebt. En voor hen is
het het waard om erover te praten. Je kunt het hebben als je het wilt. Het
is een kwestie van geloven, van het willen en openstaan voor de
ervaring”. Op
de vraag hoe hij zichzelf ziet, antwoordt hij: “De
meeste mensen, wie dat ook zijn en wat ze ook doen, proberen goed te doen
wat ze doen. Dat maakt gelukkig en stimuleert. In de Formule 1 is er
altijd een discussie over wat we doen. Sommige mensen zeggen dat we goede
dingen doen, anderen zeggen dat we vreselijke dingen doen. We zijn
geweldig, we zijn slecht. “Ik
ben niet echt zoals ik word gezien, maar zo is het nu eenmaal. Ik kan het
niet veranderen, hoe ik het ook probeer. Je kunt verbeteren hoe mensen je
zien, maar er zal altijd een afstand blijven tussen ons en de mensen, dus
je kunt alleen maar zeggen wat je denkt. Sommige mensen zullen dat goed
opvatten, anderen niet. Alles wat je kunt doen is jezelf zijn en
consequent zijn. De tijd zal leren hoe je echt bent en de mensen zullen
langzaam maar zeker je goede en zwakke punten zien”. “In veel opzichten zijn mijn kwaliteiten en zwakke punten met elkaar verbonden. Ze zijn uitersten van elkaar. Een van mijn kwaliteiten is mijn streven om te bereiken waar ik in geloof. Dat is ook mijn zwakte, omdat ik nooit opgeef. Soms zou je moeten opgeven en een andere benadering kiezen. Hierin is de plus veel groter dan de min en dat wordt bepaald door resultaten”.
“Het
kan zo niet doorgaan. De rijken kunnen niet blijven leven op een eiland in
een zee van armoede. We ademen allemaal dezelfde lucht in. Mensen moeten
een kans krijgen. Een redelijke kans, ten minste. Een kans op scholing,
voeding, medische zorg. Als daar geen begin mee wordt gemaakt, is er
weinig hoop voor de toekomst en weinig twijfel dat de problemen groter
worden en agressie ontstaat. Ik
ben geen politicus. Ik heb helaas niet de macht om de problemen op te
lossen. Ik zie alleen dat de omstandigheden voor de meerderheid van de
Brazilianen verslechtert en dat het bijna onmogelijk is om tegen die trend
in het geweer te komen. Het raakt me diep en ik maak me er veel zorgen
over”. “Ik wil het beste uit mezelf halen en een beter mens zijn. Als ik een beter mens ben, zal dat zijn weerslag hebben op alles wat ik doe”. Is er iets wat hem ooit nog een grotere kick zal geven dan het racen? “Ik
denk het niet, maar ik kan het verkeerd hebben. Alleen de tijd zal het
leren. Als je ouder wordt en volwassener neig je ernaar om de dingen
anders te bekijken. Andere dingen kruisen je pad en dat zal me motiveren
en interesseren. Er zullen dingen zijn die ik leuk vind en waar ik mijn
tijd aan wil besteden”. Geniet hij nog steeds van het racen? “Veel
minder dan vroeger. Soms is het door de verantwoordelijkheid die
topcoureurs hebben. Alles is op jou gericht: de monteurs, de engineers, de
sponsors, iedereen werkt in de eerste plaats voor het team, maar
uiteindelijk voor jou. Je stapt in de auto en uit je daarin. Je kunt het
maken of je kunt je er als een idioot mee gedragen en van alle mensen die
eraan werken. Dat is een enorme verantwoordelijkheid en het creëert
stress en neemt veel van het plezier weg. Op dezelfde manier haal je meer
voldoening als je door een moeilijke periode gaat en dan succes behaalt.
Het komt plotseling en vervliegt ook weer snel. Maar de druk is er altijd. Op
de vraag of hij denkt dat die periode in 1994 nog zal voortduren antwoordt
hij resoluut. “No way. Dit duurt
alleen tot het einde van het jaar. We zullen
wel zien. Soms wil je iets en kun je het niet krijgen. Daar moet je mee
leven”.
|
|