STILL GOING STRONG 
 
        
Hij heeft de pensioengerechtigde leeftijd allang bereikt, maar Sir Frank Williams wil voorlopig nog van geen ophouden weten. 

Dit jaar bestaat het team dat zijn naam draagt dertig jaar. Een moment om terug te blikken.  
 

Hij blijft een van de meest markante persoonlijkheden in het paddock. Iemand met een schat aan ervaring en die van iedereen, niemand uitgezonderd, een groot respect geniet. Het levensverhaal van Frank Williams is er dan ook een van een overlever. Er zijn nauwelijks grotere contrasten voorstelbaar dan die de loopbaan van Frank Williams hebben getekend sinds hij, nu bijna veertig jaar geleden, voor het eerst deelnam in de top van de autosport. Hij begon met een armetierige loods als thuisbasis. Gehuurd, want geld was  nauwelijks voorhanden. Begin jaren '60 runde hij een handeltje in tweedehands auto-onderdelen en daarvoor bevond hij zich op gezette tijdstippen in een telefooncel voor de meest noodzakelijke contacten. Een eigen aansluiting paste niet in het budget.

Met heel weinig middelen en vooral door hard werken vestigde Williams zich in de autosport. Tot begin jaren '70 waren zijn privé-inschrijvingen niet meer dan een noot in de kantlijn van de raceverslagen. Een veelbelovende samenwerking met de Argentijnse ontwerper Alessandro de Tomaso en coureur Piers Courage werd in de kiem gesmoord toen de laatste verongelukte tijdens de Grand Prix van Nederland op Zandvoort. Zwaar aangeslagen door het verlies van de rijder met wie hij jarenlang was opgetrokken, zette hij toch door, maar de successen die kort daarvoor nog voor het grijpen lagen, leken verder weg dan ooit. Dat veranderde op het moment dat hij een partnership sloot met Walter Wolf en daar met Jody Scheckter als coureur een sterke formatie op poten zette. Door een conflict met Wolf zou Williams het team al binnen twee seizoenen verlaten, maar dat zou uiteindelijk de aanzet zijn voor het vormen van zijn eigen team, samen met de eveneens bij Wolf vertrokken ontwerper Patrick Head. 

Het partnership met Head zou de basis zijn voor een succesvolle toekomst. Succes dat sneller kwam dan Williams had durven dromen. Met de getalenteerde Australiër Alan Jones en de ontwerpkwaliteiten van Head zou al in het tweede seizoen de eerste overwinning mogen worden opgetekend. Een jaar later, in 1980 was de eerste wereldtitel een feit. Door commercieel vernuft en technisch uitblinken werd Williams Grand Prix binnen korte tijd een topteam dat meedraaide op het niveau van McLaren, Ferrari en Brabham.

 

De liefde voor de autosport was er een op het eerste gezicht. "Toen ik jong was, waren er nog maar heel weinig raceauto's, maar ik vond ze altijd geweldig", zegt Williams nu. "Ik was onder de indruk van hun snelheden en kenmerken. Vanaf de eerste keer dat ik er een zag, was ik verkocht". Nadat hij zelf het racen had opgegeven, ging hij als monteur aan de slag in de Formula Junior. Langzaam maar zeker werkte hij zich een weg door die autosport. Daarbij moesten de eindjes door hard werken en  improviseren aan elkaar geknoopt worden. 

"Het was altijd afzien. Tijdens het eerste deel van mijn carrière bevonden we ons altijd op het randje van het faillissement en werden we door schade en schande wijs".

De samenwerking met Walter Wolf Racing zou weliswaar een kort leven beschoren zijn, het hielp Williams wel van zijn schulden af, want Wolf kocht Frank Williams Racing Cars en nam daarmee de openstaande schulden over. Williams kon daardoor met een schone lei beginnen toen hij eind jaren '70 met Patrick Head Williams Grand Prix oprichtte. Inmiddels had hij op dat moment de nodig contacten en handigheid gekregen in het bespelen van potentiële sponsors. Toch bleek het niet gemakkelijk om voldoende budget te vinden: "Het bleef lastig. We hadden op dat moment een goed verhaal te verkopen en redelijk wat geld. Het was in het begin niet veel, maar het begon langzaam maar zeker te lopen, wat inhield dat we de rekeningen konden betalen. We hadden daardoor niet alleen een frisse start, maar een goede start".

Een belangrijke factor daarin was het feit dat Williams buiten de gebaande paden trad bij het zoeken naar sponsors. Hij kreeg de Saudische overheid zover dat ze zich voor de staatseigen luchtvaartmaatschappij voor meerdere jaren als hoofdsponsor aan het team verbond. Het zorgde ervoor dat Williams in een keer van alle financiële zorgen was verlost. Na het instappen van Saudia was de begroting plotsklaps van een heel andere orde van grootte dan waar Williams al die jaren mee had gewerkt. Hij zou in die tijd tegen een gerenommeerde journalist zeggen, dat hij het niet kon geloven en het was alsof hij tien, twintig jaar in de gevangenis had gezeten en er plotseling iemand was die hem de sleutel aanreikte.

De sponsoring stelde Williams in staat te investeren in de ontwikkeling en dat betaalde zich al heel snel uit. "Alan Jones behoorde tot de echt snelle jongens en heeft geweldig gereden, bijna zoals Piers destijds", zou Williams laten optekenen.  Het hielp ook bepaald mee dat in die periode aan het begin van de jaren '80 Bernie Ecclestone de commerciële rechten voor de Formule 1 verwierf en de sport internationaal in de media op de kaart begon te zetten. Het succes breidde zich uit. Na de eerste overwinning van Clay Regazzoni in 1979 en een eerste wereldtitel in 1980, volgden de constructeurstitel van 1981 en een niet meer verwachte rijderstitel van Keke Rosberg in 1982.

Het was de tijd van de opkomst van de turbo-motoren en Williams' doorbraak daarin zou pas volgen met de komst van Honda naar het team, midden jaren '80. De overvloed aan vermogen van de turbo-motoren was het laatst benodigde stukje van de puzzel om de sport gedurende twee seizoenen te domineren, al zou een nieuwe wereldtitel tot 1987 op zich laten wachten. Op dat moment had Honda al bekend gemaakt de wijk te zullen nemen naar McLaren. De Japanners wilden meer inbreng in het team, maar Williams weigerde.

"We liepen stuk met Honda. Honda zei dat ze naar McLaren konden of bij ons konden blijven, maar dan zouden wij een Japanse coureur in dienst moeten nemen. Patrick en ik hielden er niet van om ons te laten dicteren en we weigerden. Dat was achteraf bezien fout".

Williams zelf kreeg in deze periode met de grootste verandering in zijn leven te maken. Bij een auto-ongeval op weg van een test in Le Castellet naar het vliegveld van Nice liep Frank Williams zware verwondingen op en raakte daarbij tot aan zijn middel verlamd. De energieke teambaas zou voor de rest van zijn leven aan een rolstoel gekluisterd zijn. Voor velen wellicht een reden om zich terug te trekken. De Formule 1 was door het vele reizen bovendien niet bepaald een gemakkelijke business om je met zo'n ingrijpende handicap in te handhaven. Williams volhardde echter en bleef na zijn terugkeer zijn bedrijf runnen zoals hij dat in al die jaren daarvoor ook had gedaan. 

Op het vertrek van Honda volgden echter wel enkele magere jaren. Het gebrek aan een goede krachtbron brak het team eind jaren '80 echt op.  Tot begin '90 Renault zich aandiende voor een terugkeer als motorenleverancier. Het zou het begin zijn van een lange, succesvolle periode met een lange reeks wereldtitels. Al die jaren was het team nagenoeg intact gebleven. Ook Patrick Head, die gedurende de succesperiode in de jaren '80 vele aanbiedingen kreeg, bleef loyaal aan het team. Frank Williams heeft na al die jaren nog altijd alleen lof voor zijn zakenpartner: "Hij is een begenadigd en getalenteerd engineer. Hij maakte het fundamentele verschil in hoe we de auto's vervaardigden vanaf de jaren 70. We delen dezelfde visie, die van doelmatigheid. We weten ook van elkaar waar we goed in zijn dus we zullen vrijwel nooit op elkaars tenen gaan staan".

Williams zelf zorgde jarenlang voor de zakelijke kant van de medaille, maar heeft inmiddels een groot deel van die taken overgedragen aan een vierkoppige directie met Adam Parr aan het hoofd als CEO. "De eindjes aan elkaar knopen is nog steeds het grootste probleem dat ik met Adam, onze CEO, te lijf moet, maar we hebben een heel capabele marketingafdeling die zich het hele jaar de benen uit het lijf lopen. Betere resultaten helpen altijd, maar als we een goed resultaat hebben behaald, pluk je daar pas een jaar later de vruchten van", zegt Williams nu, "we zijn de laatste paar jaar niet echt een grootmacht geweest, maar ik hoop wel dat we een oprechte en capabele deelnemer zijn die plezier heeft in wat ze doet als team en dat helpt om de fans waar voor hun geld te geven".

 

Williams' dertigjarige geschiedenis werd dus gekenmerkt door opmerkelijk grote pieken en dalen, waarbij de resultaten veelal stonden of vielen bij de betrokkenheid van een succesvolle fabrikant. De wereldtitels van Damon Hill en Jacques Villeneuve werden gevolgd door een tweetal magere seizoenen, waarna BMW zich aandiende als motorenpartner. Samen met de Beierse fabrikant genoot Williams een paar jaar geleden een sterke comeback, maar uiteindelijk zouden hun wegen zich scheiden, wederom door een verschil in inzicht over hoe het partnership in de toekomst vorm moest krijgen en de verantwoordelijkheden die daaraan verbonden waren. Een hoge mate van zelfstandigheid stond daarbij wederom hoog in het vaandel voor Williams, dat ondanks de tendens bij de teams om haar heen, geen afstand wilde doen van aandelen in het team. 

Inmiddels heeft Williams met Toyota opnieuw een fabrikant aan boord en die samenwerking is na iets meer dan een jaar al veel intensiever dan de klantrelatie die de media het team eerder toedichtten. Al heel snel in 2007 werd duidelijk dat het team met de Toyota-motoren weer competitief was. Voor velen in het team een opluchting, want in de moeilijke seizoenen leken de succesjaren alweer mijlenver achter haar te liggen: 

"Tien jaar is een vreselijk lange tijd", zegt Williams als hij refereert aan de periode van droogte waar het wereldtitel betreft, "Patrick en ik mijmeren er vaak over als we eraan denken. Maar het leven is gewoon zwaar. Het was ook nooit bedoeld om gemakkelijk te zijn. Je moet het er gewoon mee doen, hard werken en proberen om er weer bovenop te komen. Of we nu de problemen achter ons laten, dat kunnen we pas beoordelen als het seizoen goed en wel onderweg is. Zelf ben ik niet echt onder de indruk van wat er in de pers wordt gezegd. Onze tegenstanders, en dat zijn er veel, zijn net zo competitief als wij nu. Formule 1 is nooit gemakkelijk en dat is ook nooit de bedoeling geweest, dus het is onzin om te denken dat we zomaar naar de derde plaats rijden. Als we dat doen, dan zal het erom spannen".

"Ik denk dat de eerste vier plaatsen weer door dezelfde mensen zullen worden bezet als vorig jaar, maar ik ben er wel van overtuigd dat het een briljant racejaar zal worden". Ondanks de vele successen en de naam die hij met zijn team heeft opgebouwd is Williams nog altijd wars van grootspraak. Zijn voorspelling voor het seizoen is in dat opzicht even rationeel als de visie waarmee hij zijn formatie al die jaren heeft geleid". · SZ

 

  Sir Frank Williams blijft een van de meest markante persoonlijkheden van het paddock. 

 

 

 

 

  Met Alan Jones zou Williams in 1980 de eerste wereldtitel behalen. 

 

 

 

 

Zakenpartners door dik en dun: "We weten ook van elkaar waar we goed in zijn dus we zullen vrijwel nooit op elkaars tenen gaan staan" - Sir Frank Williams

 

 

 

 

"Alan Jones behoorde tot de echt snelle jongens en heeft geweldig gereden, bijna zoals Piers destijds" - Sir Frank Williams

 

 

 

 

"Honda zei dat ze naar McLaren konden of bij ons konden blijven, maar dan zouden wij een Japanse coureur in dienst moeten nemen. ". - Mosley 

 

 

 

 

Het partnership met BMW eindigde teleurstellend. Er werden tien overwinningen behaald, maar een wereldtitel bleef uit. 

 

 

 

 

Williams in 2008: hernieuwd vertrouwen.