Home » 2017 F1 Review » 2017 F1 Review: De Teams – deel 2

2017 F1 Review: De Teams – deel 2

Met bredere, snellere en spectaculairder ogende auto’s begon 2017 met fascinerende uitgangspunten. Het werd een mooi seizoen, waarin er volop strijd was in alle geledingen van het veld. In een driedelige review blikt F1-Planet.com’s Stefan Zwinkels per team terug op het seizoen. In deel 2: van Renault tot Force India.

RENAULT

Het Renault Sport F1 Team ging in 2017 een nieuwe fase in na haar terugkeer als constructeur in 2016. Het eerste jaar had grotendeels in het teken gestaan van het opmaken van de balans nadat ze vrij laat in de winter het gehavende Lotus-team had overgenomen. Het team had in die periode veel talent verloren. Werving was dan ook een van de speerpunten in de strategie om het team weer uit te laten groeien tot een machtig fabrieksteam. Het is iets dat geduld vergt, zeker wanneer je de juiste mensen wilt aantrekken, maar ook iets dat het team management kan verdelen. Een verschil van mening daarover was een van de redenen voor het vertrek van teambaas Frédéric Vasseur aan het begin van het jaar. Cyril Abiteboul zou de touwtjes nog steviger in handen nemen. Het team zou worden versterkt door Alain Prost, die zich als ambassadeur bij de teamleiding voegde.

Doordat alles in 2016 in feite de erfenis was van Lotus, was de R.S17  in feite de eerste auto volledig van de hand van het team en die was meteen een forse stap vooruit. Het team zette een solide basis neer waarop gedurende het jaar kon worden voortgebouwd. De auto R.S.17 was vanaf het begin snel over één ronde. In de races ontbrak het vooral in het begin van het seizoen nog aan constante.

Het team kreeg met Nico Hülkenberg een nieuwe kopman. De Duitser maakte de overstap van Force India en die pakte goed uit. Hij paste zich heel snel aan in zijn nieuwe omgeving en Renault aan hem. Ze konden daardoor al heel snel voor top-8 posities strijden. Hülkenberg kon de Renault na aanvankelijke finishes net buiten de punten steeds consequenter in de top-10 finishen. De zesde plaatsen in Barcelona en Silverstone waren belangrijke opstekers voor het team op circuits die als graadmeter gelden voor waar een team staat.

Hülkenberg was voor het team een constante factor in een periode waarin in korte tijd veel veranderde. Het team groeide, de auto verbeterde, maar tegelijkertijd waren er hoofdbrekens om de power unit. De betrouwbaarheidsproblemen speelden ook het fabrieksteam op.

Van de coureurs had vooral Jolyon Palmer daarvan te lijden. De Engelsman kende een abominabel tweede seizoen, had veel pech, maar maar miste toch ook vooral snelheid. Hülkenberg’s niveau was voor Palmer een wake-up call dat ook hij zijn prestaties zou moeten verbeteren, maar de Engelsman kon de opgaande lijn onder de toenemende druk niet vinden. Hülkenberg versloeg Palmer in elk van de kwalificaties waarin ze samen deelnamen. Waar de Duitser vaak gemakkelijk in de top-10 reed, bleef Palmer verstrikt in het gevecht in het achterveld met de coureurs van Haas, Toro Rosso en Lance Stroll en bleven zijn eerste punten alsmaar uit. Ze kwamen pas toen het in feite als te laat was en het team al had besloten dat hij zou worden vervangen. De vraag op dat moment was alleen wanneer. Naar de media toe hield Palmer de rug recht, maar buiten het oog van de camera’s was er wel degelijk de twijfel. Steeds was er de vraag of dit wel eens zijn laatste race kon zijn. Die vraag ging hij steeds opnieuw te lijf, maar achteraf bezien kun je je afvragen waarom Renault Palmer niet eerder uit zijn lijden verloste.

Het antwoord daarop is overigens tweeledig. Hij wilde zelf koste wat kost door en het contract dat hij sloot met Renault was inderdaad waterdicht. Renault wilde daarnaast een afgewogen besluit nemen over zijn opvolging. Ze testte met Robert Kubica, maar besloot uiteindelijk te zullen wachten op Carlos Sainz.  Die kwam uiteindelijk eerder dan verwacht, al in Austin naar het team als onderdeel van de ontbindingsovereenkomst van het contract van Toro Rosso met Renault. De aanwezigheid van de Spanjaard gaf Renault de munitie om de slag te winnen om de zwaarbevochten zesde plaats, uitgerekend tegen zijn oude team dat hij juist had geholpen om zo ver te komen. Zijn zevende plaats in Austin bracht Renault binnen handbereik van de zesde plaats. In Abu Dhabi maakte Hülkenberg het af en passeerde Renault Toro Rosso in de seizoensfinale alsnog in de stand.

WILLIAMS MERCEDES

Het jaar begon voor Williams in een staat van turbulentie toen duidelijk werd dat Mercedes haar zinnen had gezet op Valtteri Bottas. Het team realiseerde zich dat ze de Fin niet kon behouden en moest hals over kop op zoek naar een betrouwbare vervanger. Ze kwam uit bij Felipe Massa, die uitgerekend twee maanden eerder zijn afscheid had aangekondigd bij het team. Het team kon de ervaring van de Braziliaan maar al te goed gebruiken naast de onervaren Lance Stroll die ze klaarstoomde voor zijn debuut.

Bij het 40-jarig jubileum hoopte het team na een matig seizoen 2016 de weg naar boven weer in te slaan, maar in die opzet zou het team niet slagen. Dat, ondanks de terugkeer van Paddy Lowe naar het team, die overkwam van constructeurskampioen Mercedes. Lowe arriveerde te laat om nog impact te hebben op de basisbeginselen van de FW40. Die kende vooral een gebrek aan downforce en ondanks Lowe’s aanwezigheid zou het team gedurende het jaar veel moeite hebben om de ontwikkelingssnelheid van haar concurrenten bij te houden. Force India, dat in tegenstelling tot Williams constant punten scoorde met twee auto’s, was het team uit Grove bij voorbaat al een stap vooruit en het gat groeide naarmate het jaar vorderde.

Williams liet in 2017 de jonge Canadees Lance Stroll debuteren. Die kreeg al veel kritiek te verwerken nog voor hij goed en wel was begonnen. Als zoon van miljardair Lawrence Stroll werd hij al snel versleten als paydriver. Het plaatste de 18-jarige jongeling al heel vroeg onder druk en dat kon de bij aanvang nog wat onzekere Stroll er nu juist niet bij hebben. Zijn eerste races verliepen desastreus. Hij stapelde fout op fout en in rondetijden zaten lichtjaren met zijn ervaren teamgenoot Felipe Massa. Stroll oogde achter het stuur onstuimig en extreem onrustig in zijn stuurbewegingen. Aan het begin van het voorjaar stonden alle seinen op rood en was duidelijk dat er een doorbraak nodig was om te voorkomen dat de carrière van de Canadees al in de kiem zou worden gesmoord. Vader Lawrence zou niets aan het toeval overlaten en stippelde voor zijn zoon  een nieuw testprogramma buiten de races voor zijn zoon uit. Hij haalde voormalig Ferrari-engineer Luca Baldisserri naar Williams om Lance te begeleiden.

De doorbraak zou net op tijd komen. Na een sterke race behaalde hij in zijn thuisrace in Canada zijn eerste punt. Twee weken later koerste hij met enig fortuin in de chaos van de straatrace in Baku zowaar afkoersen op een eerste podiumplaats.  Die resultaten brachten duidelijk meer zelfvertrouwen bij Stroll, die zijn problemen nog niet achter zich had gelaten, maar wel zichtbare stappen voorwaarts maakte. Na de zomerbreak zou hij zelfs consequent in de punten finishen.

In de stormen die Williams moest doorstaan was Felipe Massa de betrouwbare coureur waar het team op terug kon vallen. De Braziliaan kon dit jaar volledig zonder verwachtingsdruk opereren en dat kwam zijn prestaties ten goede. Hij kon in zijn vijftiende F1-seizoen nog prima meekomen en stond lange tijd in voor het leeuwendeel van de punten. Ondanks dat er geen grote uitschieters waren, bleef hij heel consequent zijn puntjes sprokkelen. Soms had je het idee dat er met iets meer strategisch vernuft meer in had gezeten, maar over het algemeen maakte Massa het beste van wat hij tot zijn beschikking had. Hij fungeerde daarnaast als mentor voor Stroll en was daarmee de teamplayer die het team dit jaar zo nodig had.

De vijfde plaats bij de constructeurs werd uiteindelijk geconsolideerd, maar het gat naar voren was toegenomen. Tegelijkertijd wordt het er voor Williams niet gemakkelijker op nu Renault en McLaren in kracht ziet toenemen. Het team beschikt over minder middelen dan de teams om haar heen en zal haar keuzes dus zorgvuldig moeten maken. Mede om die reden heeft ze haar rijderkeuze nog uitgesteld en zou ze mogelijk een jaar van investeren inlassen, waarvoor het sponsorgeld van een betalend coureur maar al te welkom is.

FORCE INDIA MERCEDES

Force India is nu al een behoorlijk tijdje de reuzendoder van de F1.  Met een fractie van de budgetten van de topteams weet het team uit Silverstone keer op keer heel ver te komen. Dat was ook dit jaar weer het geval, maar aanvankelijk leek het daar niet op. Het VJM10-chassis was na de roll-outs in het winterseizoen kilo’s te zwaar, stelde het team. Ze had een heel duidelijk eigen koers gekozen met de voorkant van de auto en de ‘drietand’ neus. Daar zou een eigenzinnige, roze kleurstelling aan worden toegevoegd, dankzij de nieuwe hoofdsponsor BWT.

Gedurende het seizoen zou ze de auto gestaag weten door te ontwikkelen en kwam daarbij met een aantal opvallende innovaties. Zo bracht ze voor de Grand Prix van Singapore een strip aan op de rug van de engine cover met ogenschijnlijke ‘zaagtanden’. De auto kreeg daarmee prompt de bijnaam ‘stegosaurus’ in de media. In Mexico volgde een ditto ‘getand’ bardgeboard op de auto.

Het team startte met Esteban Ocon als het nieuwe  talent naast de ervaren Sergio Pérez. Het zou een bij vlagen explosief duo blijken, want Ocon zou zijn oudere teamgenoot al heel snel weten uit te dagen. De jonge Fransman deed van meet af aan nauwelijks onder voor de Mexicaan. Pérez had juist andere plannen. Na het vertrek van Hülkenberg voorzag hij voor zichzelf de rol van kopman en wilde in 2017 de topteams overtuigen. Daar kon hij de relativerende werking van Ocon niet bepaald bij gebruiken. Ocon was niet van plan om een strobreed toe te geven aan Pérez.

Het zou er op de baan dan ook hard aan toe gaan. Nadat het in Canada voor het eerst tot een harde aanvaring kwam tussen de twee op het rechte stuk, werd het in Baku echt grimmig, toen de twee elkaar raakten. Ocon was daar iets te optimistisch en raakte Pérez. Het herhaalde zich in Hongarije, maar de echte uitbarsting volgde in Spa, waar Pérez Ocon tot twee keer toe gevaarlijk dicht naar de vangrail drong bij het opkomen van Eau Rouge. Het maakte dat het team voor de rest van het seizoen teamorders zou uitvaardigen en elk zich aandienend duel tussen de twee kemphanen bij voorbaat zou neutraliseren.

Het bleek te werken. Ocon en Pérez zouden elkaar na de ferme waarschuwing van het team na Spa niet meer in de wielen rijden en zouden de reeks van opeenvolgende puntfinishes steeds weer verlengen.

Het moet dan ook gezegd dat de Force India-coureurs weinig lieten liggen in 2017. De VJM10 was een auto die betrouwbaar was en een waarmee de coureurs echt konden racen. Geholpen door de Mercedes power unit achterin lukte dat ook op elk circuit, maar dat was niet de enige factor. Het team wist wat het wilde met het concept en ontwikkelde dat ook gestaag door.

Pérez kende ondanks de rivaliteit een gedegen seizoen, waarin hij Ocon in de kwalificatie meestal de baas was. De Mexicaan zou het interne duel nipt winnen en met 13 punten verschil de zevende plaats in de eindstand bij de coureurs opeisen.

Ocon bevestigde nog maar eens dat hij een van de grootste jonge talenten van het moment is. Uit niets was af te leiden dat de Fransman pas zijn eerste volledige seizoen reed. Hoe volwassen hij in feite is, blijkt wel uit het feit dat hij in Brazilië pas voor het eerst in zijn carrière uitviel, zeker een jaar en drie maanden na zijn debuut in Spa 2016. Zijn eerste volledige jaar besluit hij met een ongekende reeks van 18 puntfinishes uit 20 wedstrijden. Mede daardoor was de vierde plaats van Force India bij de constructeurs al heel vroeg boven elke twijfel verheven.

 

Lees ook:
De Teams – deel 1
De Teams – deel 3

F1-Planet.com