Home » 2018 F1 Review » 2018 F1 Review: De Teams – deel 1

2018 F1 Review: De Teams – deel 1

Tien teams, 20 coureurs, 21 races, een intense strijd en heel veel duels. 2018 was het langste seizoen tot nu toe in de Formule 1 en bracht prachtige races. In een seizoen van relatieve stabiliteit in de reglementen zetten teams en motorleveranciers van begin tot eind van de pitstraat vol in op doorontwikkeling, elk met hun eigen successen en tegenvallers.

In een driedelige review blikt F1-Planet.com’s Stefan Zwinkels per team terug op het seizoen. In dit eerste deel: van Williams tot Force India.

Williams Mercedes

Williams maakte in 2018 het slechtste jaar uit haar geschiedenis door sinds haar oprichting in 1977.
Het team nam voor dit seizoen afscheid van het low drag concept dat ze sinds 2014 had gebruikt, haar geen windeieren had gelegd, maar in 2017 definitief achterhaald bleek.

De verwachtingen waren hooggespannen van het nieuwe concept van de FW41, de eerste Williams die werd ontwikkeld onder Technisch Directeur Paddy Lowe sinds die van Mercedes over kwam, maar bij de eerste test gingen alle alarmbellen af. De nieuwe, hoge sidepodsectie met een complex bargeboard regime bleek niet te werken in combinatie met de vloer.

Oorzaak van de problemen bleek te liggen in de windtunnel, die in de loop van 2017 een nieuwe rollerband had gekregen en die bleek de koeling in de tunnel te beïnvloeden. De lucht gedroeg zich daardoor anders dan waar de aërodynamici op basis van hun kalibraties van uit gingen.

De beloofde downforcetoename uit de windtunnel werd daardoor nooit gehaald en de aërodynamica werd extra verstoord als de auto in beweging was en de constructie met zijwind te maken kreeg. Naar achteren toe bleek de vloer de lucht naar de diffuser niet effectief genoeg te kunnen aanvoeren. De lucht vertraagde, bleef ‘plakken’ rond de diffuserdelen. Het zorgde er niet alleen voor dat de auto niet de gehoopte downforce genereerde, onder stuurbewegingen was het aëroregime wisselvallig. De luchtstroom liep in bepaalde gevallen vast en dat zorgde voor onverwachte balansveranderingen.

Die onvoorspelbare wegligging was een nachtmerrie voor z’n bestuurders, coureurs Lance Stroll en Sergey Sirotkin. Zij konden geen van beide vertrouwen op routines of ervaring, maar veel zou dat niet uitgemaakt hebben. Op basis van de feedback van testrijder Robert Kubica werd duidelijk dat de auto bijkans echt onbestuurbaar was. Het gebrek aan ervaring van de vaste rijders, die het leeuwendeel van de tijd in de auto zitten, hielp het team niet om de situatie vlot te trekken.

Het team had veel tijd nodig om zich een weg te banen door het woud van problemen. Al snel drong het besef door dat volledig oplossen er niet in zou zitten, daarvoor waren ze te veel verklonken aan het concept van de FW41.  Ze kon de problemen slechts stelpen door noest simulatorwerk van Robert Kubica.

Op het circuit wreekten de problemen zich meedogenloos. Het team was al heel snel de lantaarndrager en zou niet meer loskomen van die positie. Punten bleven heel vaak ver buiten bereik. Een achtste plaats van Lance Stroll in Azerbaijan en een dubbele puntfinish in Monza zouden de enige wapenfeiten blijven in een verder gitzwart seizoen.

De problemen bleven niet zonder gevolgen. Hoofd Aërodynamica Dirk de Beer en hoofdontwerper Ed Wood moesten het veld ruimen en de relatie tussen het team en de familie Stroll kwam danig onder druk te staan. Vader Lawrence Stroll probeerde Paddy Lowe ervan te overtuigen om de banden met Mercedes aan te halen en naar het model van Haas onderdelen in te kopen. Dat stond haaks op Williams’ kernwaarden en de Strolls zouden uiteindelijk de wijk nemen naar Force India, dat door Stroll Sr. werd overgenomen.

Voor 2019 moet het team opnieuw beginnen en dat valt niet mee in een seizoen waarin de aërodynamica ook nog eens wordt aangepast en de definitieve reglementen pas laat werden gecommuniceerd. Het team zal zich echter kunnen troosten met de gedachte dat het na een rampjaar als 2018 alleen maar beter kan.

Toro Rosso Honda

Voor Toro Rosso braken begin 2018 spannende tijden aan nu ze voor het eerst in haar geschiedenis fabriekssteun kreeg van een grote fabrikant: Honda kwam naar het team en was erop gebrand om haar reputatie na drie moeilijke jaren bij McLaren te herstellen. Er werd fors geïnvesteerd in het gezamenlijke programma en het zou een jaar worden dat volledig in het teken werd gesteld van ontwikkeling. Toro Rosso zou daarvoor regelmatig de korte termijn belangen opzij zetten voor de verbeteringen voor de langere termijn.

Het team begon eind 2017 met twee nieuwe coureurs. Pierre Gasly was aan het einde van 2017 gedebuteerd in de Formule 1 en niet veel later volgde voormalig Red Bull juniorcoureur Brendon Hartley aan het firmament. Gasly trad aan als het gretige jonge talent dat lang op zijn kans had moeten wachten. De jonge Fransman viel al direct op met goede races. In Bahrein finishte hij op de vierde plaats en evenaarde daarmee de beste prestatie van Max Verstappen in een Toro Rosso. Gedurende het seizoen maakte Gasly een zichtbare ontwikkeling door, had een aantal opmerkelijke prestaties, zoals in de regen in de kwalificatie op Paul Ricard, maar was soms ook wat grillig. In Brazilië negeerde hij een teamorder om Hartley op een andere strategie te laten passeren en in Abu Dhabi was er een aanvaring met Romain Grosjean. Niettemin verdiende de jonge Fransman al na één seizoen een promotie naar Red Bull Racing.

Hartley kwam naar het team als de meer gelouterde coureur die in het endurance racen alles had gewonnen, maar al heel lang niet meer in single seaters had gereden en zich de Formule 1 echt nog eigen moest maken. Dat duurde langer dan gehoopt. De Nieuw-Zeelander had in het begin moeite met het vinden van zijn rempunten en het efficiënt terugschakelen. Hij maakte bovendien een paar forse crashes mee. In Spanje crashte hij zwaar in de derde vrije training en datzelfde gebeurde hem een aantal weken later in Silverstone. In Canada maakte hij eveneens een lelijke buiteling nadat hij zich wat onhandig kwetsbaar aan de buitenkant had gepositioneerd en werd gelanceerd over het voorwiel van Lance Stroll. De aanloopproblemen maakten dat er al heel vroeg in het seizoen  werd gesproken over vervanging. Red Bull zou McLaren polsen om de diensten van Lando Norris, die indruk maakte in de Formule 2, maar kreeg nul op het rekest. Hartley zou het seizoen mogen afmaken, maar ondanks dat hij in een beter ritme kwam, bleven de resultaten achter. Met twee tiende plaatsen en één negende plaats had hij niet genoeg gedaan om zijn stoeltje veilig te stellen en moet die voor 2019 afstaan aan Formule 2-coureur Alexander Albon.

De beide Toro Rosso-coureurs werden niet geholpen door het feit dat ze te pas en te onpas gridpenalty’s moesten incasseren. In het begin van het seizoen hingen die veelal nog samen met betrouwbaarheidsproblemen bij Honda, maar in het tweede deel van het jaar waren de motorwissels die de Japanse fabrikant doorvoerde ook strategisch van aard om nieuwe stappen in de ontwikkeling van de power unit op het circuit te brengen.

Toro Rosso had met de STR13 een solide, maar beperkt geavanceerd concept en legde het in de snelheid van doorontwikkeling af tegen een aantal van haar goed gefinancierde concurrenten. De plannen kregen een forse deuk te verwerken toen Technisch Directeur James Key halverwege het seizoen werd losgeweekt door McLaren. Red Bull blokkeerde een directe overgang van de Engelsman naar de concurrent, maar was wel genoodzaakt hem direct op non-actief te stellen. In het kleine, efficiënte technische team in Faenza was hij jarenlang de spil geweest en het team moest van het ene op het andere moment zonder hem verder. Dat werkte indirect toch door in de mogelijkheden van het team in de tweede seizoenshelft, waarin Q3-kwalificaties weer verder uit zicht raakten en top-10 finishes niet altijd realistisch waren, zeker niet als de coureurs weer eens vanaf de achterste rij moesten starten.

Ondanks de offers die ze moest brengen is er allerminst sprake van mineur bij het team. Het team heeft door de inbreng van Honda een nieuw elan gekregen en de motivatie om verder te komen is groot, ook al is de weg die ze daarvoor kiest een andere  dan die van veel van haar concurrenten.

Sauber Ferrari

Vergelijkbaar met Toro Rosso kreeg het Sauber F1 Team in 2018 een nieuwe impuls dankzij de komst van Alfa Romeo als nieuwe hoofdsponsor en partner. De overeenkomst zorgde voor een forse investering in het team van het FIAT Chrysler-concern, die zou maken dat het team na jaren eindelijk weer in haar kracht zou kunnen komen. Ze had de afgelopen jaren veel moeten incasseren. Teamleden hadden op het tandvlees gelopen, soms maximaal creatief moeten omgaan met de schaarse middelen die ze beschikbaar hadden en werkten vaak zonder te weten of het loonstrookje aan het einde van de maand wel op de mat zou vallen. Aan die periode kwam in 2018 definitief een einde en dat resulteerde in een van de opmerkelijkste opkomsten van een team gedurende een seizoen.

Toen Sauber in maart in Australië aantrad, was ze vergelijkbaar met eerdere jaren de lantaarndrager; dead last op de achterste startrij. 37 weken later in Abu Dhabi startte Charles Leclerc vanaf de achtste startpositie en had het team inmiddels de sprong gemaakt naar de achtste positie in het Constructeurskampioenschap. Het team had met de C37 een aanzienlijk meer solide platform dan aanvankelijk werd gedacht bij haar aantreden. De auto was ontwikkeld onder leiding van Jörg Zander, die eerder werkte voor BMW en betrokken was bij het ontwerp van de kampioenschap winnende Brawn BGP001. Zander vertrok onder vreemde omstandigheden, maar de auto die hij achterliet toonde steeds meer zijn potentieel. Hij werd opgevolgd door de van Ferrari gekomen Simone Resta.

Ondertussen ontluikte ook het talent van Leclerc. De Monegask kwam naar de Formule 1 als regerend kampioen in de Formule 2, maar zijn seizoensstart was aanvankelijk moeilijk. Hij kwam naar de Formule 1 met een rijstijl die neigde naar veel onderstuur. Dat bleek in de Formule 1 problematisch. Leclerc worstelde met de balans en maakte daardoor kostbare foutjes, zoals in de kwalificatie in China. Hij finishte ver buiten de punten en legde het nog af tegen zijn meer ervaren teamgenoot Marcus Ericsson. Na de aanpassing van zijn rijstijl werden de resultaten zienderogen beter met een sterke race in Baku, die hij bezegelde met een zesde plaats en een puntfinish in Spanje. Dat was nog maar het begin van een stormachtige ontwikkeling, waarbij hij steeds meer mensen overtuigde dat hij behoort tot de absolute toptalenten van de sport. In Frankrijk haalde hij voor het eerst Q3 in de kwalificatie en dat herhaalde hij vervolgens in Groot-Brittannië, Duitsland, Rusland en vier keer op rij in de laatste vier races. Wijlen Ferrari President Sergio Marchionne had al vroeg in het seizoen genoeg gezien om Leclerc in het diepste geheim een contract aan te bieden bij Ferrari voor 2019. Het was een keuze die pas na zijn dood uitkwam, maar juist daarna steeds beter werd begrepen.

Naast Leclerc reed Marcus Ericsson een behoorlijk seizoen. De Zweed kon in zijn vijfde F1-seizoen bij vlagen goede races rijden. Zijn prestaties werden iets constanter, maar nog altijd minder dan je mag verwachten van een coureur met zijn ervaring. Daarbij waren de scherpe randjes er nog steeds niet helemaal af. In Frankrijk en Italië maakte hij opnieuw zware crashes mee waarbij hij van geluk mocht spreken dat hij het er zonder kleerscheuren van af bracht. De komst van Kimi Räikkönen betekent dat hij in 2019 plaats zal moeten maken.

Vooral in de tweede seizoenshelft stond er geen maat op de ontwikkeling van Sauber, dat steeds vaker concurrenten als Renault en Force India achter zich liet. Het team werd duidelijk geholpen door de power unit upgrades van Ferrari, maar qua ontwikkeling zei het team niet eens zoveel te hebben gedaan. De steile prestatiecurve was vooral te danken aan het feit dat ze de auto steeds beter begreep en naar zijn mogelijkheden kon inzetten.

Het team ziet haar stercoureur al na één seizoen vertrekken naar Ferrari, maar weet dat ze er heel wat beter voor staat dan een jaar geleden. En bovendien krijgt het team voor het eerst in 13 jaar weer een wereldkampioen in de gelederen, nu Kimi Räikkönen in zijn plaats terugkeert bij het team waar hij in 2001 debuteerde.


Racing Point Force India Mercedes

Dat het een roerig jaar was voor het Force India F1 Team is waarschijnlijk het understatement van het jaar. Het team ging in surséance van betaling, moest letterlijk van voren af aan beginnen, herrees uit haar eigen as en herstelde zich zowaar nog tot de zevende plaats in het Constructeurskampioenschap.

Het team wist de afgelopen jaren steeds sterk boven haar gewichtsklasse te vechten met twee klinkende vierde plaatsen op rij bij de constructeurs. De hoge klasseringen ten spijt, bleef het team geregeld in financiële problemen verkeren. Ze moest het huishoudboekje rond krijgen met merendeels kleine sponsors en teameigenaren Vijay Mallya en Subrata Roy waren vanwege hun omstreden status in eigen land – Roy zit zelfs een gevangenisstraf uit – niet bij machte om daar nieuwe investeerders aan toe te voegen. Tegelijkertijd wilden ze het team ook niet zomaar van de hand doen en dat zorgde voor een impasse die het team in 2018 echt begon op te breken.

Het team begon niet geweldig voorbereid aan het seizoen. De VJM11 was eigenlijk pas in Australië klaar en de auto was een compromis door het gebrek aan financiering. In Melbourne kwamen de beide auto’s niet door Q2 ondanks dat Sergio Pérez zei een hell of a lap te hebben gereden. Met de basis van de Force India was niets mis en gaandeweg wist het team het pakket toch weer naar de mogelijkheden in te zetten.

Na een moeilijke overzeese start was de derde plaats van Pérez in Baku een grote opsteker voor het geplaagde team. Vanaf Monaco volgden weer consequenter puntfinishes en vanaf de zomermaanden lukte het ook weer om dat met twee auto’s te doen toen het team eindelijk de 2017-voorvleugel kon vervangen door de bedoelde 2018-versie.

Daarmee waren de problemen van het team niet opgelost, want de schuldenlast werd steeds nijpender en voorafgaand aan de Grand Prix van Hongarije werd het team door een groep schuldeisers gedaagd voor het Gerechtshof in Londen, die gezamenlijk een vordering van meer dan $10 miljoen op het team hadden. Saillant was dat een van hen coureur Sergio Pérez was, die met $4 miljoen aan achterstallig loon de grootste schuldeiser was die recht tegenover zijn team voor het hekje stond. Het bleek te gaan om een georkestreerde actie om het team van de ondergang te behoeden. De aanstaande zomerbreak zou het team de tijd geven om oplossingen te vinden en een overname te forceren.

Die redding kwam uiteindelijk net op tijd. Een consortium rond Lawrence Stroll – de vader van coureur Lance – nam het team over. Dankzij instemming van de FIA en de overige teams mocht het team onder de nieuwe eigenaren blijven deelnemen aan het Wereldkampioenschap, ondanks dat dat ze, formeel een nieuwe inschrijving was. Het betekende wel dat het team weer op nul begon in het Constructeurskampioenschap. Ze mocht de prijzengelden behouden, maar verloor alle tot op dat moment behaalde punten.

Onder het eigenaarschap van Racing Point-consortium kwamen eindelijk de budgetten vrij waar het team naar snakte. In Spa-Francorchamps keerde het team met nieuwe energie terug en kon prompt stunten met een dubbele puntfinish – Pérez en Ocon finishten als vijfde en zesde. In Singapore kon eindelijk de grote upgrade op de auto worden gezet waar het team al lang aan had gewerkt, maar geen middelen voor had om hem af te maken. Het team profiteerde er zichtbaar van, want ze deed weer mee voor Q3-kwalificaties en finishte vanaf Sochi in elke race met ten minste één auto in de punten.

Het team eindigde het kampioenschap ondanks de doorstart met 52 punten en zou dus met Renault in de slag zijn geweest om de vierde plaats als ze de punten van vóór Spa niet had hoeven inleveren.

De sterke opmars was mede te danken aan bij vlagen sterke optredens van haar coureurs Sergio Pérez en Esteban Ocon. De rivaliteit tussen de twee kemphanen, die in 2017 nog tot verschillende touchés leidde, was in 2018 wat geconditioneerd. Vrienden zouden ze nooit worden, maar er waren in ieder geval geen incidenten meer. Ocon was daarbij meestal de snellere van de twee in de kwalificaties. Pérez had de betere resultaten in de races. Ocon had daarin net wat meer tegenvallers –soms door eigen toedoen, zoals in het incident met Verstappen in Brazilië en een enkele keer ook buiten zijn schuld, zoals bij de diskwalificatie in de Verenigde Staten als gevolg van een technische onregelmatigheid.

Het team uit Silverstone staat er, vijf maanden na het uitstel van betaling, aanzienlijk beter voor dan ervoor. De bankrekeningen zijn weer gevuld en het team heeft ambitieuze plannen, waarbij ze in twee jaar met bijna 125 FTE wil groeien. Het team was altijd al heel sterk in het maximaliseren van beperkte middelen, het laat zich raden wat ze kan als ze daadwerkelijk meer mogelijkheden heeft.

F1-Planet.com