Home » 2018 F1 Review » 2018 F1 Review: De Teams – deel 2

2018 F1 Review: De Teams – deel 2

Tien teams, 20 coureurs, 21 races, een intense strijd en heel veel duels. 2018 was het langste seizoen tot nu toe in de Formule 1 en bracht prachtige races. In een seizoen van relatieve stabiliteit in de reglementen zetten teams en motorleveranciers van begin tot eind van de pitstraat vol in op doorontwikkeling, elk met hun eigen successen en tegenvallers.

In een driedelige review blikt F1-Planet.com’s Stefan Zwinkels per team terug op het seizoen. In deel 2: van McLaren tot Renault.

McLaren Renault

De verwachtingen bij McLaren waren voorafgaand aan het seizoen hooggespannen, nu ze na drie magere jaren de Honda power unit had ingeruild voor de Renault-motor. Het team verwachtte daarmee aanzienlijk beter te kunnen presteren, al betekende de relatief late overstap dat ze veel compromissen had moeten sluiten met de nieuwe MCL33. De inrichting van beide motoren is totaal verschillend, waardoor het ontwerpteam van McLaren de auto niet zo strak kon inrichten als ze had gewild.

Alle hoop ten spijt, het team kreeg opnieuw te maken met forse tegenvallers. De auto bleek op het circuit niet zo te werken als gedacht op basis van de windtunnelresultaten. De balans was vaak ver te zoeken en het team kreeg er, ook na een verwoed programma in de windtunnel, de vinger niet achter wat de discrepanties tussen de tunnel en het circuit nu precies veroorzaakte. De problemen maakten dat het team, ondanks de power unit wissel, opnieuw in de achterste regionen van het veld reed. Slechts heel zelden konden Fernando Alonso en Stoffel Vandoorne in 2018 doordringen tot de top-10 en als dat al zo was, dan waren er opnieuw vaak mechanische problemen. Vooral Alonso viel in de races vaak uit door motorische gremlins.

De nieuwe malheur was te veel gevraagd van het geduld van Alonso, die al drie jaar wachtte om weer competitief te kunnen deelnemen. De Spanjaard verloor gedurende het seizoen zienderogen zijn motivatie en zijn aankondiging in augustus van zijn vertrek uit de F1 aan het einde van het seizoen kwam voor niemand meer als een verrassing. Alonso had zijn zinnen al lang geleden gezet op doelen die verder reiken dan de Formule 1. Hij wil de triple crown behalen en in 2018 zette hij daarvoor een belangrijke stap met een zege in de 24 Uur van Le Mans met Toyota. Op het circuit bleef hij knokken tot het bittere eind en wist in Oostenrijk, Groot-Brittannië, Hongarije en Singapore nog een aantal top-10 klasseringen uit het vuur te slepen.

Stoffel Vandoorne maakte een uiterst moeizaam tweede seizoen door. De Belg had opnieuw de pech op het verkeerde moment op de verkeerde plek te zijn. De problematiek met de balans van de McLaren was uiterst complex en in die lastige omstandigheden concentreerde het team zich vooral op Alonso. Vandoorne’s prestaties holden ondertussen achteruit. Hij bleef er ogenschijnlijk rustig onder, maar was misschien wel te gelaten onder de problemen, want uiteindelijk was al vroeg duidelijk dat er voor hem geen toekomst is in het team.

McLaren had het al voor het verstrijken van de eerste seizoenshelft afgelegd tegen de meeste van haar concurrenten. Sauber en Toro Rosso maakten mede dankzij verbeterde power units flinke performancestappen. Renault bleef daarin achter. Voor de C-spec moest ruimte gecreëerd worden voor een aangepaste koeling en daar besloot McLaren van af te zien. Het team had plannen voor een nieuw chassis al geschrapt omdat ze maar niet door kon dringen tot de kern van de problemen.

Ze werd daarbij niet geholpen door de onrust die de magere prestaties veroorzaakten in het team. In Woking verloor een fractie van het team het geduld met de teamleiding, vooral toen Technisch Directeur Tim Goss daar tot de zondebok werd gemaakt. CEO Zak Brown en Sporting Director Eric Boullier konden vanaf dat moment weinig goed meer doen op de thuisbasis, waar een fractie van de medewerkers serieus overwoog om het werk neer te leggen. Boullier zou uiteindelijk zwichten onder de druk en in de zomermaanden het veld ruimen. In zijn plaats kwam Gil de Ferran naar het team. De Braziliaan, die eerder in de F1 werkte bij B.A.R/Honda, kon het tij echter niet keren. Het team was met heel veel dingen druk:  met de komst van Lando Norris, van Technisch Directeur James Key, met een Indy-project voor Fernando Alonso, maar allang niet meer met het seizoen 2018. Dat had McLaren al heel vroeg afgeschreven.

Haas Ferrari

Haas F1 Team kende in 2018 de beste klassering uit haar prille geschiedenis: ze eindigde als vijfde in het Constructeurskampioenschap en verbeterde zich daarmee drie plaatsen ten opzichte van 2018. Ze verdubbelde daarbij bijna het aantal behaalde punten.

Het team maximaliseerde daarvoor de mogelijkheden van het inkopen van technologie van partners Dallara en Ferrari. Het team deed wenkbrauwen fronzen door het aantal onderdelen van de VF-18 die tot in de kleinste details wel heel veel weg hadden van de Ferrari’s SF70-H. 2018 was daarbij het eerste jaar van echte doorontwikkeling. Dat legde het team geen windeieren, want ze was daardoor het hele jaar competitief. Het VF-18 chassis was aanzienlijk allrounder dan zijn voorganger en mede door de krachtigere Ferrari power unit competitief op alle circuittypen.

Toch is de vijfde plaats in die context nog wat teleurstellend. Er werden veel punten verloren door kostbare fouten van zowel het team als de coureurs. Haas eindigde het kampioenschap 29 punten achter Renault en had het het Franse fabrieksteam zonder die incidenten zeker moeilijk kunnen maken voor de vierde plaats.

Het team stevende bij de seizoensopener direct af op een spectaculaire dubbele puntfinish, maar beide auto’s werden bij de pitstops met losse wielen de baan op gestuurd in Australië. Romain Grosjean als Kevin Magnussen strandden daardoor op identiteke wijze op een steenworp afstand van de pituitgang en het team bleef met lege handen.

Het bleef niet bij de uitglijder in Australië. Coureur Romain Grosjean ging in de eerste seizoenshelft herhaaldelijk op soms bedenkelijke wijze in de fout en vergooide ook daarmee kostbare mogelijkheden. In Azerbaijan reed hij onder de safety car bij plotseling moment van overstuur tegen de vangrails. In Spanje maakte hij een kapitale inschattingsfout door de Haas na een spin in de eerste bochtencombinatie achterwaarts terug op de baan te laten rollen. Hij raakte zowel Pierre Gasly als Nico Hülkenberg en voor elk van hen was de race daarna voorbij. In Silverstone ging hij in de eerste vrije training al eenzijdig naast de baan en in de race raakte hij Carlos Sainz in een poging om de Renault voorbij te geraken. Beide schoten van de baan en waren uitvaller.

De reeks incidenten knaagden zichtbaar aan het zelfvertrouwen van de ervaren Fransman. Haas behield het geduld en predikte naar buiten toe rust, maar ook daar moet de teamleiding hebben overpeinsd wat ze met de grillige Fransman aan moest. Grosjean herstelde zich net op tijd met een vierde plaats na een sterke race in Oostenrijk om erger te voorkomen. Er volgden nog drie puntfinishes op rij in een goed middenseizoen van de Fransman. In de tweede seizoenshelft kwamen daar nog twee achtste plaatsen bij, maar de constante ontbrak.

Kevin Magnussen zou zijn teamgenoot voor het eerst in hun twee seizoenen bij Haas verslaan als het aankomt op punten. De Deen kende vooral een sterke eerste seizoenshelft met heel regelmatige  puntfinishes. In de tweede seizoenshelft waren er een aantal races waarin hij wat onzichtbaar was, maar niettemin kon hij het seizoen met 56 punten afsluiten.

Ondanks de gemiste kansen en de gedachte dat de vierde plaats binnen handbereik zou zijn geweest, is Haas – het kleinste team op de grid – trots op haar prestatie in 2018 en gaat voor komend seizoen vol door op de ingeslagen weg.

Renault

Het Renault Sport F1 Team eindigde het seizoen 2018 als vierde in het constructeurskampioenschap en eindigde daarmee als best of the rest achter de grote drie – Mercedes, Ferrari en Red Bull Racing. Na een achtste en een zesde plaats in de eerste seizoenen na haar terugkeer als constructeur zette Renault daarmee opnieuw een belangrijke stap in haar ontwikkeling.

Toch was het uiteindelijke doel dat Renault zich stelde  – om binnen vijf jaar mee te strijden om de wereldtitel – in 2018 nog heel ver weg. Zelfs podiumfinishes bleven nog ver buiten bereik. Dat niet in de laatste plaats doordat ze technisch, zowel met het chassis als met de power unit, nog een enorme inhaalslag te maken heeft om in de buurt te komen van de top-3. In de kwalificaties kwamen de Renault-coureurs nog gemiddeld 1,7 seconde tekort op de poletijd. In de races ontbrak het regelmatig aan betrouwbaarheid. Nico Hülkenberg werd van de twee Renault-coureurs het meest geplaagd. Door mechanische pech en incidenten voltooide de Duitser maar 936 van de totaal 1211 ronden.

Hülkenberg was niettemin de coureur die het voortouw had. De 31-jarige Duitser kreeg in 2018 Carlos Sainz naast zich en was de Spanjaard in het onderlinge kwalificatieduel uiteindelijk met 13-8 te snel af. Hülkenberg zorgde met 11 puntfinishes voor de meeste punten, maar hoewel hij duidelijk de voorste van de twee Renault-coureurs was, bleef hij ook dit jaar weer verstoken van een podiumfinish waarop hij nu al 158 Grands Prix wacht.

Carlos Sainz maakte een behoorlijk seizoen door bij Renault. Hij toonde vooral in de eerste seizoenshelft constante met een reeks puntfinishes. Echte uitschieters bleven echter uit. Zijn vijfde plaats in Azerbaijan zou uiteindelijk zijn beste resultaat blijven.

De tweede seizoenshelft was voor de Renault-coureurs lastiger. Renault kreeg halverwege het seizoen motorisch stevige competitie van Honda en de Ferrari-klantenteams profiteerden van de power unit-ontwikkeling die doorkwam vanuit Maranello. De Renault-coureurs kregen  daardoor steeds meer moeite om Q3 te halen en moesten in de races flink strijd leveren om in de punten te finishen.

Renault streed om de vierde plaats met het team van Haas en alle mogelijkheden werden de Fransen benut om die strijd te winnen, ook naast de baan. Toen Haas in Monza langszij leek te komen in het kampioenschap, tekende Renault protest aan tegen een technische onvolkomenheid op de vloer van de Haas. Het betrof een klein detail dat kort voor de zomerbreak door de FIA was aangescherpt met een verduidelijking, maar waarvoor Haas naar eigen zeggen te weinig tijd had gehad om het aan te passen. Het protest liet de stewards geen andere keuze dan Romain Grosjean uit de uitslag te halen. Dankzij een dubbele puntfinish in Austin en zesde plaatsen van Hülkenberg in Mexico en Sainz in Abu Dhabi werd de vierde plaats daarna definitief veiliggesteld door Renault.

Voor 2019 staat het team voor een flinke uitdaging. Het consolideren van de vierde plaats alleen is niet genoeg om de ambities te verwezenlijken, er zal opnieuw een grote stap nodig zijn en podiumplaatsen zullen daarvan de meest zichtbare indicatie zijn. Ondanks de komst van een ervaren kracht in Daniel Ricciardo zal dat gemakkelijker gezegd zijn dan gedaan.

Lees ook:
2018 F1 Review: De Teams – deel 1

F1-Planet.com