Home » 2019 F1 Review » 2019 F1 Review: De Teams – deel 1

2019 F1 Review: De Teams – deel 1

2019 zou zich ontvouwen als het meest competitieve seizoen sinds de introductie van de hybride reglementen. De strijd op de baan was minstens zo hevig als de  ontwikkelingsstrijd achter de schermen en daarbij gingen alle teams tot het uiterste.

In een driedelige review blikt F1-Planet.com per team terug op het seizoen. In dit eerste deel: van Williams tot Racing Point.

Williams Mercedes

Na het moeilijke seizoen 2018 leek de bodem wel bereikt voor Williams, maar niets bleek bij aanvang van 2019 minder waar. De gifbeker moest helemaal leeg voor het team uit Grove. De ontwikkeling van de FW42 was gedurende de winter dramatisch achter op schema geraakt, waardoor de auto nog afgebouwd werd op het moment dat de teams al waren afgereisd naar Barcelona voor de start van de wintertests. De auto was uiteindelijk pas tegen het einde van de derde testdag rijklaar en toen resteerden er nog slechts vier testdagen voor de start van het seizoen in Melbourne.

Daar bleef het niet bij. De auto bleek structurele problemen te bevatten. Niet alleen kwam de auto chronisch downforce tekort, de auto bleek aanvankelijk heel gevoelig voor veranderingen in de balans onder het rijden, wat de auto onvoorspelbaar maakte en waardoor die in no time de banden er doorheen joeg. Tot overmaat van ramp gaven haar coureurs tegenstrijdige signalen af over het gedrag van de auto, waardoor het team in een serieuze gewetenscrisis kwam in welk verhaal ze nu moest geloven, die van de ervaren en in zijn vorige raceleven bewezen technisch begaafde Kubica of van het jonge natuurtalent Russell. Het zou het team maanden kosten om de problemen te ontrafelen en op te lossen, maar dat bleek teveel gevraagd van het incasseringsvermogen van het team wat betreft Chief Technical Officer Paddy Lowe, die met de FW42 een tweede gemankeerd ontwerp achter zijn naam had in even zoveel seizoenen bij het team. De Engelsman verdween in april van het toneel en zou niet meer terugkeren. Hoofd Aërodynamica Dirk de Beer moest in zijn spoor eveneens vertrekken.

Het team was het seizoen ondertussen op zo’n 3 tot 4 seconden achterstand van de kop begonnen en had te kampen met een wantrouwende Kubica die door de problemen serieus begon te geloven dat hij werd achtergesteld door het team ten faveure van Russell of ten minste een ongelijke auto tot zijn beschikking had. Het team stelde de coureurs van identieke auto’s te voorzien en Kubica’s kritiek verstomde toen het team een rechtstreekse chassiswissel deed en er aan de verhoudingen niets was veranderd. De pijnlijke waarheid was dat de comeback van de Pool niet zou worden wat hij er zelf – en met hem vele F1-liefhebbers – had gehoopt. De snelheid ontbrak, hij had het zichtbaar zwaar en hij kwam consequent tekort op zijn veelbelovende, jongere teamgenoot.

Zo heel af en toe breekt er in de Formule 1 een talent door dat zo bijzonder is, dat het zich zelfs in een totaal oncompetitieve auto duidelijk aftekent. We zagen het ooit eerder met Fernando Alonso in een Minardi en dit jaar was dat het geval met George Russell. De vastberadenheid, volwassenheid en constante die de jongeling uit Kings Lynn liet zien was bij vlagen adembenemend. Het feit dat hij onder alle omstandigheden sneller was dan zijn teamgenoot die door zijn concurrenten ooit werd gerekend tot de snelste van zijn generatie, was ronduit indrukwekkend. Hij versloeg Kubica in het onderlinge kwalificatieduel soeverein met 21-0, maar waarmee hij zich echt onderscheidde was zijn onmetelijke geduld met het team in wat de moeilijkst denkbare omstandigheden waren voor een debutant. Geen moment was er een spoortje frustratie richting het team en in plaats daarvan toonde hij zich een absolute kopman in de dop. Het seizoen 2019 was voor Williams een jaar van opeenvolgende frustraties, maar de opstelling en ontwikkeling van Russell was absoluut een lichtpunt in een verder donker seizoen.

Gedurende het seizoen kwam er lichte verbetering in de situatie en kon het team in Hockenheim zowaar de hatelijke nul in de score achter zich laten nadat Kubica met wat geluk in de top-10 werd geklasseerd na diskwalificatie van de beide Alfa Romeo’s. Het gat in de kwalificatie nam licht af tot zo’n 2,8 seconden per ronde voor Russell. Toch bleven punten in het restant van het seizoen ver buiten bereik en moest het team onderkennen dat ze het seizoen moest afschrijven. De competitieve neergang van de laatste twee seizoenen hadden hun sporen nagelaten en het team financieel en operationeel in moeilijke situaties gebracht. Er was in de slotfase van het seizoen in de periode dat in zes weken vier overzeese Grands Prix werden verreden onder financiële druk en een bovengemiddeld aantal schadegevallen een tekort aan onderdelen ontstaan. Dat bracht de toch al verslechterde verstandhouding met Kubica bijna tot het dieptepunt. Toen die de Williams in de vangrail gefrustreerd in de vangrail plantte nadat het team de nieuwste voorvleugel van zijn auto had gehaald, brieste hij dat het “een grote grap” was. Kubica zou het seizoen uitrijden, maar verlaat de sport via de achterdeur, waar velen dat na zijn heroïsche terugkeer graag anders hadden gezien.

Williams wacht na de tweede klassering als lantaarndrager op rij opnieuw financieel woelige tijden. Voor het team kunnen de financiële fair play regels en herverdeling van de inkomsten niet vroeg genoeg komen nu ze zich probeert op te richten na een aantal heel moeilijke seizoenen.

Haas Ferrari

Haas begon 2019 vol vertrouwen na een goede winter. Ze had mede dankzij de motorische verbeteringen bij Ferrari goede resultaten geboekt in de wintertests en kon voor het eerst in haar korte geschiedenis een titelsponsor presenteren. Het team had in 2018 veel kansen gemist, maar de belofte had steeds doorgeklonken. De vijfde plaats in het Constructeurskampioenschap in dat jaar bleef ondanks alles een uitstekend resultaat en zou voor het nieuwe seizoen altijd een lastig te evenaren prestatie zijn en het zou al vroeg duidelijk worden dat het team dat doel uit haar hoofd zou moeten zetten.

Vrijwel direct na de start van het seizoen in Melbourne werd duidelijk dat de Haas te weinig downforce genereerde en grillig was in zijn wegligging. Die zorgde er niet alleen voor dat die een handvol was voor de coureurs, maar ook de banden niet binnen het smalle werkkader kreeg waarbinnen ze optimaal presteren. Het maakte dat de Haas binnen luttele ronden de banden opvrat en dat beperkte het team verder in de mogelijkheden in de race. Waar concurrenten langer door konden rijden, waren de Haas-coureurs al vroeg in de race aangewezen op een pitstop óf ze zouden onvermijdelijk terugvallen als gevolg van de terugval in racesnelheid.

Om zich te herstellen, zette het team met Dallara een agressieve doorontwikkeling in, maar die bleek het team alleen nog maar verder van huis te brengen. De coureurs klaagden over de upgrades, die nauwelijks een verbetering brachten en het team op een ontwikkelingskoers bracht die de bestuurbaarheid eerder verslechterde dan verbeterde. Vooral Romain Grosjean had daar heel veel last van. De Fransman kan op een goede dag uitstekende resultaten behalen, maar het ontbreekt hem al snel aan rust en vertrouwen als de auto wat minder naar zijn zin is. De hopeloze ontwikkelingskoers deed het team tot een opmerkelijke knieval besluiten. Op voorspraak van Grosjean greep ze tegen het einde van de eerste seizoenshelft terug naar de ‘Melbourne Spec’ aërodynamica; het pakket waarmee ze het seizoen was begonnen en wonderwel voelde Grosjean zich daar beter bij dan bij het pakket dat Haas inmiddels had. Het duurde lang voordat het team aan de hand van de vergelijkingen tussen de twee specificaties de fouten in de benadering sinds Melbourne kon achterhalen. Te lang om het seizoen nog echt te kunnen redden.

Na de zesde plaats van Grosjean in Melbourne, kende het team een aantal ontstellende overzeese races. Pas in Spanje ging het iets beter en was er de eerste van slechts twee dubbele puntfinishes. In normale omstandigheden was Haas door de bandenproblemen, ongeacht de circuit lay-out, niet meer in staat om op eigen kracht in de punten te finishen. De betrouwbaarheid speelde het team daarbij meer dan ooit parten. In 21 races viel er 10 keer een Haas uit, ruwweg een kwart van de deelnames.

Kevin Magnussen zou daarbij het leeuwendeel van de schamele 28 punten bijeen rijden. De Deen was in 2019 nog steeds grillig, maar constanter en volwassener dan we hem eerder zagen. De volhardendheid van Magnussen was precies wat Haas nodig had in de situatie, waar Romain Grosjean zich op momenten weer in onmogelijke, soms ronduit hopeloze situaties bracht, zoals in Silverstone, waar hij zijn teamgenoot raakte en in Singapore, waar hij na een veel te optimistische poging crashte met George Russell. In Monaco, Le Castellet, Monza en Mexico kende Grosjean ronduit rampzalige weekends. Niemand zou ervan hebben opgekeken als Haas zou hebben besloten dat het na vier seizoenen welletjes was geweest, maar Haas trok nadrukkelijk zelf het boetekleed aan en had duidelijk waardering voor de stelligheid waarmee Grosjean in het belang van het team had voorgesteld om terug te grijpen naar de Melbourne Spec, met alle risico’s van dien. Die keuze zou voor Haas wel eens heel belangrijk kunnen zijn voor haar kansen voor 2020. De achterstand die ze gedurende het jaar opliep in de ontwikkeling ten opzichte van haar concurrenten zal onder stabiele reglementen niet gemakkelijk in te lopen zijn, maar in ieder geval zou ze de ontwikkelingskoers nog op tijd hebben kunnen bijsturen.

Alfa Romeo Ferrari

De naamwijziging van het voormalige Sauber-team naar Alfa Romeo wende snel. Het was duidelijk dat het het FIAT Chrysler-concern menens was met een verhoging van de inzet bij het Zwitserse team en de komst van Kimi Räikkönen. Het beloofde veel aan het begin van het seizoen, vooral toen het team een van de meest agressieve voorvleugelontwerpen van de grid  op de auto bracht. Het bleek het team niet de gedroomde aansluiting met de voorkant van de subtop te kunnen brengen. Daarvoor was de Alfa een te gemiddelde auto en waren andere concepten meer één rond geheel dan het pakket dat de Zwitsers op het asfalt  hadden gebracht.

Het seizoen begon voor Alfa Romeo nog heel behoorlijk met vier opeenvolgende puntfinishes van Kimi Räikkönen. Spanje, Monaco en Canada verliepen moeizaam voor het team, maar daarna kende Räikkönen een goed middenseizoen met opeenvolgende puntfinishes in Frankrijk, Oostenrijk en Groot-Brittannië en daar zou Duitsland nog aan toegevoegd zijn als hij niet zou zijn gediskwalificeerd voor afwijkende power unit instellingen bij de start. In de regentombola van Hockenheim leek het team haar tweede opeenvolgende dubbele puntfinish van het seizoen te kunnen bijschrijven, maar beide coureurs zouden hun punten verliezen.

Alfa Romeo miste de boot in de verwoede ontwikkelingsstrijd die er gaande was in het overvolle middenveld. Het team zag Technisch Directeur Simone Resta met pijn in het hart vertrekken en promoveerde Hoofd Aërodynamica Jan Monchaux vanuit de eigen gelederen naar die functie. Die veranderingen zorgden op een belangrijk moment in het seizoen voor een verstoring van de ontwikkeling en dat zou zich wreken in de tweede seizoenshelft, waarin Alfa Romeo terugviel in de rangorde en steeds moeilijker de puntenzone kon bereiken. De performance vlakten af en daarbij verbleekten de resultaten.

Räikkönen voelde bij Alfa Romeo duidelijk minder druk dan die hij jarenlang had ervaren bij Ferrari. Hij had niets meer te bewijzen en racete alleen nog voor zijn plezier. Hij leek daar vooral in de eerste seizoenshelft goed bij te gedijen, maar in de tweede seizoenshelft leek het juist wat afbreuk te doen aan zijn seizoen. Räikkönen was op momenten in de tweede seizoenshelft te gelaten onder de situatie waar hij de rol van kopman juist op dat moment sterker had kunnen doorzetten.

Giovinazzi’s curve was precies tegengesteld. De Italiaan kon voortbouwen op de opgedane ervaring en waar Räikkönen’s prestaties afvlakten, zaten die van hem juist in de lift. Had de Fin zijn jongere teamgenoot eerder in het seizoen nog in zijn zak, in de tweede seizoenshelft kwam Giovinazzi sterk terug en zou zelfs consequent sneller zijn in de kwalificatie. Van een achterstand van 10-4 in het onderlinge duel kwam hij terug tot een eindstand van 11-10 nipt in het voordeel van de Fin. In de races had de Italiaan het lastiger in wat zijn eerste volledige seizoen was in de F1. Hij zou uiteindelijk maar twee keer in de punten finishen, maar de opmars in zijn prestaties was voor Alfa Romeo voldoende om zijn stoeltje voor 2020 te behouden. Zijn vijfde plaats in Brazilië na een sterke race kwam wat dat betreft precies op het juiste moment.

Voor 2020 moet Alfa Romeo hopen dat het besluit om zich al vroeg op de ontwikkeling voor 2020 te richten zich gaat uitbetalen. De C38 had al vroeg in het seizoen een plateau bereikt en het was duidelijk dat er aan een aantal ontwerpkeuzes niet veel meer te doen was. Het is te bezien wat ze kan doen als ze dat voor volgend jaar kan herstellen.

Racing Point Mercedes

Een nieuwe naam, bekende gezichten. Racing Point begon in 2019 met een nieuw elan aan het seizoen nadat ze in 2018 als Force India lang op haar laatste benen had gelopen. Het seizoen zou altijd door de beperkingen uit die periode worden beïnvloed, bijvoorbeeld dat het team heel lang met een aangepast 2018-chassis reed, maar gedurende het jaar begonnen de investeringen zich uit te betalen en begon het team weer wat van de oude glans terug te krijgen. Met de chassis-upgrade die het team in de tweede seizoenshelft tot haar beschikking kreeg, verbeterde de competitiviteit en kon Sergio Pérez weer consequent in de punten finishen. In de laatste zes races realiseerde de Mexicaan opeenvolgende puntfinishes. Mede daardoor vond het team tegen de verwachtingen in nog bijna de aansluiting met Toro Rosso en Renault in het Constructeurskampioenschap om de best of the rest-posities achter de grote drie.

Pérez was in 2019 de onomstoten kopman van het team. De Mexicaan kreeg Lance Stroll, de zoon van de nieuwe eigenaar naast zich, maar die zou nooit hetzelfde gewicht in de schaal kunnen leggen als de ervaren Pérez die al voor het zesde opeenvolgende jaar uitkwam voor het team. Pérez ging letterlijk door dik en dun met het team in haar jaren als Force India en bewaarde mede door die ervaringen het geduld toen het team een moeilijke eerste seizoenshelft doormaakte. Een situatie die volledig was ingecalculeerd en die het team incasseerde in de wetenschap dat het alleen maar beter kon worden. Terwijl het team opkrabbelde, werd er diep geïnvesteerd in een nieuwe fabriek, een groei van het team en nieuwe faciliteiten.

2019 was dan ook een overgangsjaar en dat ze daarbij een veer moest laten in de kampioenschapsklasseringen, was volledig verwacht. Niettemin bleef het team altijd overeind en werden de verbeteringen na de moeilijke eerste weekends al heel snel ingezet. Dat is vooral te danken aan het feit dat dit team, ooit Jordan, ooit Force India, nu Racing Point altijd het beste heeft weten te maken van de middelen die ze tot haar beschikking had. Het team had de durf om out of sync strategieën te kiezen – iets anders te doen dan alle anderen. Soms betaalde zich dat uit, soms niet, maar altijd was er het geloof, ondanks soms tegenvallende uitgangspunten vanuit de kwalificatie. Op een bijzondere dag betaalt zo’n benadering zich uit en die dag kwam in Hockenheim, waar Stroll het in de wisselende omstandigheden knap tot de vierde plaats bracht.

Pérez was voor Racing Point in 2019 echt een baken. Zijn jarenlange ervaring kwam Racing Point goed van pas nu ze pas laat in het seizoen een ontwikkelingssprint inzette en met name in de tweede seizoenshelft wist hij daarmee alles uit de mogelijkheden te halen. In dat tweede deel van het seizoen was er maar één race waarin hij niet in de punten finishte. De Mexicaan en het team committeerden zich aan een zeldzaam lange-termijncontract voor de komende drie jaar.

In zijn kielzog probeerde Lance Stroll aan te klampen. De Canadees was zichtbaar meer gemotiveerd nu hij een nieuw perspectief had na een moeilijk jaar bij Williams, maar bleef toch structureel achter bij zijn teamgenoot. In de races werd hij constanter, maar kwam vaak net tekort om in de punten te finishen. Dat kwam dan met name doordat hij in de kwalificatie nog wat achterblijft. Hij behaalde een hele reeks twaalfde en dertiende plaatsen, maar uiteindelijk koopt niemand daar iets voor. Er zal het team veel aan gelegen zijn om de Canadees verder te helpen in zijn ontwikkeling, met name in het kwalificeren, waardoor hij in de races net wat verder kan komen. Een hoogvlieger zal hij nooit worden, maar het team zou er veel bij geholpen zijn als hij de auto consequent twee of drie posities hoger aan de finish zou kunnen brengen.

 

F1-Planet.com