Home » Actueel » Oud-teambaas Morris Nunn overleden

Oud-teambaas Morris Nunn overleden

Op woensdag is voormalig F1-teambaas Morris ‘Mo’ Nunn overleden. Nunn was de oprichter van het kleine Ensign-team, dat van 1973 tot 1982 actief was in de Formule 1. Nadien maakte hij in 2000 een comeback als teameigenaar in IndyCar, waar hij tot 2005 een inschrijving had.

Nunn, die geboren werd in het Britse Walsall, was van origine zelf een motorracer. Hij kwam met de autosport in contact via F1-coureur Chris Ashmore, die hem een Cooper Formule 2-auto verkocht. Nunn bleek ook op vier wielen goed uit de voeten te kunnen. Hij racete sporadisch met de Cooper en zou die halverwege de jaren ’60 inruilen voor een Lotus Formule 3-auto. Hij viel op en werd door Colin Chapman gevraagd om in 1969 een fabrieks-Lotus Formule 3-auto te besturen. Een uitstapje naar de Formule 5000 met een Lola in 1970 viel bij Chapman niet in goede aarde, waarna Nunn zonder team kwam te zitten. Hij besloot daarop zijn eigen auto’s te gaan bouwen.

Ensign begon op voor Nunn bekend terrein, in de Formule 3, maar al na twee jaar maakte het team ook haar debuut in de Formule 1. Nunn had Ricky von Opel ontmoet, een telg uit de rijke Opel-familie, en had dankzij de Duitser het budget om een F1-auto te bouwen. Het team begon als eenmansteam voor Von Opel, maar de resultaten hielden niet over. In 1974 probeert het team het met andere coureurs. Vern Schuppan en Mike Wilds rijden elk enkele races, maar het werd er nauwelijks beter op.

Het team kreeg een impuls toen ze voor 1975 sponsoring verwierf van het Nederlandse beveiligingsbedrijf HB Bewaking van Rody en Bob Hoogenboom. Dankzij de Nederlandse sponsoring kon Gijs van Lennep een comeback maken in de F1 en in Duitsland zijn tweede WK-punt behalen. Later dat jaar huurde Nunn Chris Amon in. De Nieuw-Zeelander kon in 1976 een aantal opmerkelijke prestaties neerzetten in met name de kwalificaties. In Anderstorp zette hij de Ensign op de derde startpositie, in Brands Hatch op de zesde. Hij kon het door technische problemen in de races geen vervolg geven. In het jaar erna haalde Nunn voormalig Lotus- en Ferrari-coureur Jacky Ickx naar zijn team in wat de nadagen van de Belg in de F1 waren. Datzelfde gold later voor Clay Regazzoni, die bij Williams plaats had moeten maken voor Carlos Reutemann.

Regazzoni reed in Zuid-Afrika in 1980 nog naar een sterke negende plaats, maar in Long Beach maakte de Zwitser een hartverscheurende crash mee. Regazzoni liep bij de crash een dwarslaesie op en zou de rest van zijn leven aan een rolstoel gekluisterd zijn. Het ongeluk had een enorme impact op het team. Dat kon in 1981 nog één mooie opleving beleven toen Marc Surer met een vierde plaats het beste resultaat in haar geschiedenis. In 1982 besloot Nunn het team te verkopen aan Teddy Yip, die het omdoopte tot Theodore Racing.

Nunn bleef betrokken bij de autosport en speelde een belangrijke rol in de Indy 500-zege van Emerson Fittipaldi met Pat Patrick Racing in 1989 en medio jaren ’90 in de successen van Chip Ganassi Racing met coureurs Jimmy Vasser en Alessandro Zanardi. Als adviseur van Ganassi overtuigde hij teambaas Chip Ganassi om het Colombiaanse talent Juan Pablo Montoya naar zijn team te halen. Hij had de Colombiaan indruk zien maken in Europa en geloofde in zijn talent. Prompt won Montoya in 1999 als rookie de Indy 500.

In 2000 zette Nunn met de steun van Mercedes zijn eigen IndyCar-team op en behaalde met coureur Tony Kanaan drie podiumplaatsen. In 2004 reed hij met voormalig Tyrrell-coureur Toranosuke Takagi een laatste volledige seizoen in IndyCar voordat hij een joint venture startte met Adrian Fernandez. Eind 2005 besloot Nunn definitief een punt te zetten achter zijn dagen als teambaas. Hij bleef op de achtergrond betrokken als adviseur van Chip Ganassi Racing.

Emerson Fittipaldi, die Nunn al kende uit de tijd dat hij met zijn eigen team in de achterste geledingen van het F1-startveld tegen Ensign racete en later als coureur met hem werkte in IndyCar, stelt dat Nunn unieke technische kwaliteiten had.

“Mo’s achtergrond lag in het Europese racen”, stelt Fittipaldi, “maar zijn genie lag in het goed uitbalanceren van een auto op ovals. Ik heb het nooit echt begrepen, maar het is een feit: niemand waarmee ik ooit heb gewerkt had diezelfde kwaliteiten en het was fantastisch voor het vertrouwen van een coureur. Op een plek die zo snel is als Indy, heb je echt een auto nodig die voor je werkt.”

Ganassi Racing’s Managing Director Mike Hull was op Twitter vol lof en prees zijn out of the box denken.

“Verdrietig om het overlijden van Morris Nunn”, schrijft hij, “een pure racer, een van de architecten van de huidige (Ganassi) cultuur. Hij begreep het dagelijks schuiven met prioriteiten ons beter maakte. Tot op de dag van vandaag denk ik, als ik word gepusht door conventioneel denken: ‘wat zou Morris doen?’

Morris Nunn is 79 jaar oud geworden.

F1-Planet.com