Home » Specials » Terug naar de kust

Terug naar de kust

Twee weken geleden werd door de gemeenteraad van Zandvoort unaniem een motie gesteund om de mogelijkheden te onderzoeken om de Grand Prix na dertig jaar terug te halen naar de Noord-Hollandse badplaats. Het zorgde voor een golf van aanstekelijk enthousiasme, hoe onwaarschijnlijk het ook moge zijn, want toen de F1-karavaan in 1985 voor het laatst uit Zandvoort vertrok, zag het er niet naar uit dat ze er ooit weer terug zou keren.

 

Terwijl winnaar Niki Lauda geflankeerd door Alain Prost en Ayrton Senna werd geëerd door FIA-President Jean-Marie Balestre en de champagne rijkelijk liet vloeien op het kleine podium, bezag circuitdirecteur Jim Vermeulen het van een afstandje. Hij kon tevreden zijn. 56.000 bezoekers waren ondanks de hoge ticketprijzen naar de Zandvoortse duinen getogen en zij hadden een race voorgeschoteld gekregen die ze tot aan de vlag op het puntje van hun stoel bracht.

In een rondenlang duel vochten Niki Lauda en zijn jongere teamgenoot Alain Prost om de leiding. Lauda had niet lang voor de Grand Prix in Zandvoort zijn afscheid aangekondigd, maar bewees op die zondagmiddag van 25 augustus dat hij zijn kunsten nog niet was verleerd. Ondanks voortdurend aandringen van Prost, hield Lauda de McLaren TAG breed en kwam Prost er eenvoudigweg niet voorbij. Zijn banden waren er zo goed als aan en Prost was in die laatste ronden zichtbaar sneller, maar steeds als de Fransman berekende in de slipstream van zijn teamgenoot te kunnen geraken, zette Lauda hem de voet dwars door precies zoveel ruimte te laten dat Prost niet langszij zou kunnen komen. De Oostenrijker hield het tot aan de finish vol. Hij bleef Prost aan de finish 0,232 seconde voor en beklonk zo zijn enige overwinning van het seizoen. In het Wereldkampioenschap speelde hij na acht uitvalbeurten in tien races geen enkele rol van betekenis, maar op deze dag haalde hij revanche op alle critici die beweerden dat hij het niet langer in zich had.

Het was een prachtige finale geweest, maar toch kon Vermeulen pas opgelucht ademhalen als hij later die middag Bernie Ecclestone had gesproken. De baas van het Brabham-team had zich ontpopt tot het commerciële brein van de Formule 1. Hij had de sleutel in handen voor de toekomst van de Grote Prijs op het circuit. Vermeulen was er niet gerust op. De Brit was eerder ongemeen kritisch geweest, op de circuitorganisatie vanwege de achterstallige staat waarin het circuit verkeerde, maar vooral ook op de autoriteiten – de politiek die het de Grand Prix onmogelijk maakte, zo stelde hij.

In een zeldzaam interview met Mart Smeets voor Studio Sport liet hij overduidelijk doorklinken dat zijn geduld met Zandvoort op begon te raken. “Wij ondersteunen deze race nu al vijf of zes jaar financieel”, zei Ecclestone, “het wordt tijd dat ze op eigen benen gaat staan. Er zijn op dit moment 23 aanvragen voor een race en er worden maar 16 Grands Prix toegewezen, dus we kunnen niet geld blijven steken in Nederland”. Door Smeets gevraagd of hij er rekening mee hield dat het bij gebrek aan belangstelling de laatste keer zou kunnen zijn antwoordde Ecclestone bevestigend: “Daar komt het wel op neer”.

“We hebben deze race ondersteund omdat we ‘m niet kwijt willen, tenzij jullie een geldschieter kunnen vinden. Misschien wil de regering of de gemeente wel bijspringen omdat het veel geld in het laatje brengt voor het dorp”.

Ecclestone had Zandvoort eerder een verlenging tot 1987 in het vooruitzicht gesteld, maar de F1-baas was verbolgen over hoe de organisatie rondom de race was geweest: parkeerproblemen, volgelopen toegangswegen en de beperkte vluchtmogelijkheden voor helikopters. Hij was de parkeerproblemen zo zat, dat hij Vermeulen geen parkeerkaart toekende. Na afloop van de race had de F1-baas weinig tijd voor de circuitdirecteur.

“Ik ben na de race met hem meegelopen naar zijn helikopter om de getekende overeenkomst aan te pakken. Maar Bernie zei: ‘Sorry, Jim. Ik bedenk mij net dat ik de papieren in mijn ándere helikopter heb liggen’. Toen begreep ik dat het over en uit was”, zei Jim Vermeulen jaren later.

“Het gaat Ecclestone meer om de sfeer en de mentaliteit die er in Nederland rond de Formule 1 bestaan. Als die niet verbeteren, met name de houding van de overheid, dan trekt hij zijn consequenties”, zei Vermeulen na de race, “de laatste Grand Prix van Nederland? Als de verantwoordelijken de koppen op tijd bij elkaar steken voor een verbetering van het klimaat, dan zijn er kansen om de Grand Prix te behouden”.

Het circuit van Zandvoort was op dat moment een speelbal op een aanzwellende storm. Tegenstanders van het circuit wonnen steun in het debat rond de geluidsoverlast die het circuit voortbracht. Het oude, 4,2 kilometer tellende circuit grensde aan de zuidzijde dicht aan het dorp en vanuit de lokale PvdA-fractie gingen stemmen op voor sluiting van het circuit en een ander bestemmingsplan. Na een eerste poging in 1979, werd de druk begin jaren ’80 verder opgevoerd. Het circuit zou volgens de gemeenteraad nooit kunnen voldoen aan de nieuwe geluidsnormen die vanaf 1983 op basis van de Wet Geluidshinder van kracht werden. De Raad kreeg bijval van de Provincie Noord-Holland, die in februari 1982 in een persbericht stelde dat sluiting van het circuit niet te vermijden is en eveneens stelde dat het circuit in haar huidige vorm de norm niet zou halen.

Circuitdirecteur Vermeulen hield met een rapport van een ingenieursbureau in de hand vol dat het circuit, met uitzondering van de Grand Prix, wel degelijk onder 55 decibel kon blijven, gemeten in de woonkern, maar vond weinig gehoor. Een protestactie van voorstanders van het circuit op het Binnenhof en de oprichting van de stichting ‘Redt Zandvoort’ richtte weinig uit. Tegenstanders leken definitief hun zin te krijgen, maar de nieuwe gemeenteraadsverkiezingen kwamen voor de in 1948 opgerichte ‘Autorenbaan’ net op tijd. Voorstanders van het circuit kregen de overhand en de PvdA boekte forse verliezen, waardoor het circuit voorlopig – politiek gezien – gered was.

Een grotere bedreiging voor het voortbestaan vormde de nijpende financiële situatie waarin het circuit verkeerde. De kas van het circuit was ten tijde van de politieke strijd om haar toekomst nagenoeg leeg, zodanig dat Zandvoort de aan de FOCA verschuldigde fees over de race in 1981 niet kon betalen aan Bernie Ecclestone. Aan FOCA moest een organisatiefee van f 800.000 worden overgemaakt, maar ondanks hoge toeschouwersaantallen, kwam het circuit niet uit de kosten en bleef er geen geld over om Ecclestone te betalen. Het water stond de net aangetreden directeur Vermeulen vrijwel meteen aan de lippen.

„De problemen begonnen eigenlijk al in 1981. Nog onder het bewind van mijn voorganger draaide de Grote Prijs van 1981 uit op een financieel débacle. Ondanks het gigantische aantal toeschouwers dat vanwege het mooie weer op de race was afgekomen, bleef er geen dubbeltje over. Dus kon ook Bernie Ecclestone fluiten naar zijn 800.000 gulden”, blikte Vermeulen terug.

Vermeulen vond gehoor bij het toenmalige Ministerie van Welzijn Volksgezondheid en Cultuur (WVC). Die was bereid om het circuit zonder dwingende verplichting van terugbetaling de benodigde f 800.000 te lenen. Vermeulen dacht daarmee uit de problemen te zijn, maar een bizarre stellingname van het gemeentebestuur voorkwam dat. Burgemeester en Wethouders van Zandvoort zagen de toezegging van WVC als een ongewenste inmenging in de financiële huishouding van de gemeente en dus bleef de vordering van Ecclestone onverminderd van kracht.

Toen Zandvoort ook aan het einde van het jaar nog niet over de brug was gekomen, dreigde de F1-baas begin 1982 het faillissement van het circuit aan te vragen en haalde het circuit van de kalender voor 1982.

“Ik belde Ecclestone op met de toezegging dat ik hem maandelijks een ton zou betalen”, herinnert Vermeulen zich, die moest bluffen om het lot van het circuit te redden, “aangezien ik zijn akkoord zwart op wit moest hebben om het aan de advocaat te kunnen laten zien, ben ik meteen naar Londen gevlogen.”

Vermeulen trof Ecclestone aan op de parkeerplaats van diens bedrijf Brabham. Ecclestone stond op het punt om naar Zuid-Amerika te vertrekken. „Sorry, Jim”, zei hij. „Ik heb nu écht geen tijd!”

Vermeulen volhardde echter „We moeten nú praten, anders zijn we morgen failliet.” Ecclestone zwichtte en keerde terug naar zijn kantoor. „Oké”, zei hij, “ik neem het risico. Geen faillissement. Maar dit jaar géén Grand Prix. Zandvoort staat niet op de kalender.” Ecclestone pakte een grote witte envelop en schreef er grote letters op: ‘regeling getroffen, Bernie’.

Ecclestone nam in een nieuwe overeenkomst met de circuituitbater CENAV de organisatie van de Grote Prijs over. De f 1,1 miljoen die de betalingsachterstand van het circuit bedroeg werd door de Engelsman overgenomen, maar die zou in ruil daarvoor de exploitatierechten van de Grand Prix in handen krijgen inclusief de opbrengsten uit de recettes, baanreclame en verhuur. Het circuit zou de organisatie van de race en ticketverkoop uitvoeren voor een bedrag van f 300.000 per jaar.

Die overeenkomst schoot de gemeenteraad in het verkeerde keelgat. Zij zagen een bedreiging voor de inkomsten van de Gemeente, onder meer via de heffing van toeristenbelasting, als Ecclestone aan het einde van het weekend met het geld onder de arm vertrok. Vermeulen beloofde echter plechtig dat de Gemeente alle verschuldigde bedragen zou ontvangen. Vooruit werd gekeken naar een nieuwe pachtovereenkomst van het circuit door de CENAV vanaf 1985, maar zo ver zou het niet komen.

Door de opdrogende inkomsten uit de Grand Prix – de belangrijkste inkomsten van het jaar – werd het er voor de uitbater niet gemakkelijker op. De editie van de Grand Prix van 1984 was weliswaar goed bezocht, maar had financieel opnieuw een tegenvaller voortgebracht. In de overeenkomst van CENAV met Ecclestone was namelijk bepaald dat de Zandvoorters instonden voor het valutarisico van de gulden ten opzichte van de dollarkoers. De dollarkoers steeg in het tweede deel van 1984 als gevolg van een opkrabbelende Amerikaanse economie aanzienlijk en als gevolg daarvan moest CENAV geld bijleggen.

“Ecclestone wil in Amerikaanse munt betaald worden, terwijl wij guldens ontvangen. De plotselinge stijging van de dollarkoers betekende voor ons een gevoelig verliespunt”, verklaarde Jim Vermeulen in een verslag aan de gemeenteraad.

Geld voor de door Ecclestone geëiste renovatiewerkzaamheden was er niet. CENAV kon niet investeren om gehoor te geven aan Ecclestone’s herhaaldelijke roep voor vernieuwing van de pitgebouwen, medische posten en communicatievoorzieningen rond het circuit. Dat er sprake was van achterstallig onderhoud stond buiten kijf en het geldgebrek begon zich te wreken. Bij de editie van de Grand Prix van 1984 stortte een loopbrug bij de pits in, waarbij enkele tientallen gewonden vielen. Het circuit ontliep aansprakelijkheid voor het falen van de constructie, maar had verzuimd om een vergunning te vragen voor de aanleg ervan.

Investeerders bleven weg door het ongunstige politieke klimaat. Ecclestone had zich bereid getoond in het circuit te investeren als de Nederlandse overheid garanties zou overleggen voor het voortbestaan van het circuit, maar die zou het Rijk, noch de lokale overheden kunnen afgeven. De Provincie Noord-Holland bleef onverminderd kritisch over de geluidshinder en zette de kwestie door tot aan de Raad van State. Een nieuw probleem diende zich aan toen binnen de Gemeenteraad van Zandvoort enthousiasme ontstond voor de voorstellen van Vendex voor de ontwikkeling van een bungalowpark op het terrein van het zuidelijke deel van het circuit.

De circuitorganisatie stond machteloos. Ze moest de gemeente juist vragen om een lagere pachtovereenkomst en zag bovendien de bui hangen als de geluidsnormen door een aangrenzend bungalowpark een nog heter hangijzer zouden worden. In 1985 stemde de Gemeenteraad van Zandvoort definitief in met de aanleg van het Vendorama bungalowpark. In een compromis met de gemeente zou het Circuit van Zandvoort worden ingekort. Het zuidoostelijke deel van het circuit zou vanaf het Hondenvlak worden ingeleverd doorlopend tot aan Bos-Uit, waarmee ook de Panoramabocht en Tunnel Oost tot het verleden zouden behoren.

Het besluit stond haaks op de aanbevelingen van Ecclestone, die stelde dat het circuit gebaat was bij het circuitoppervlak om de toeschouwersaantallen te kunnen huisvesten die nodig waren om de Grand Prix rendabel te maken. Met het nieuwe circuit werden de snelheden op het circuit danig verlaagd en verloor ze definitief de steun van de F1-baas.

Die had achteraf bezien zijn zinnen hoe dan ook al op een expansie naar onverkende gebieden gezet. Al in het begin jaren ’80 was hij in gesprek met functionarissen van Sovjet President Leonid Brezjnev over de organisatie van een Grand Prix onder de rook van het Kremlin. Brezjnev gold als autosportliefhebber en een coupe van jewelste leek dichtbij om het kapitalistische F1-bolwerk te laten racen in het kloppende hart van het communisme. Het zou er bijna van zijn gekomen, maar in 1982 overleed Brezjnev plotseling en daarmee kwam er een voortijdig einde aan de F1-ambities. Ecclestone bleef in gesprek met de Russen, maar vond er weinig gehoor. Na een overleg in Moskou in 1983 vloog de F1-baas terug naar Engeland en ontmoette op de vlucht de Hongaar Tamas Rohonyi, die hem wees op de mogelijkheden in zijn geboorteland. Binnen enkele weken reisde Ecclestone af naar Boedapest, waar de plannen voor een Hongaars Grand Prix-circuit werden gesmeed. Na twee jaar werden die plannen, na aanvankelijk in een lade te zijn beland, nieuw leven ingeblazen en in september 1985 werden ze beklonken. In een jaar tijd werd een compact Grand Prix-circuit aangelegd en in augustus 1986 was de eerste Grand Prix achter het ijzeren gordijn een feit. De Grand Prix van Hongarije nam op de Grand Prix-kalender de plaats in die voorheen werd gehouden door de Grand Prix van Nederland…

Het circuit van Zandvoort had haar hoop gevestigd op een Canadese investeerder die de F1 met miljoenen zou moeten terug lokken. Michael Hordo kocht het legendarische Bouwes hotel en beloofde de badplaats gouden bergen. Hij zou de Olympische Spelen naar Zandvoort halen en een monorail laten aanleggen tussen Amsterdam en Zandvoort. De investeerder zou het circuit inclusief haar lasten overnemen, maar nog voordat de Canadees ter zake kwam, was hij met de noorderzon vertrokken en was er een definitief faillissement voor CENAV. Het Circuit Zandvoort werd vlotgetrokken door de nieuw gevormde organisatie Exploitatie Circuit Park (ECP), die in de eerste plaats moest zorgen voor het behoud van het circuit in een nieuwe realiteit, waarin ze niet langer tot de topcircuits van de wereld behoorde.


Het mag na alle politieke stormen die het Circuit Park Zandvoort ten tijde van, maar ook na de Grands Prix die ze organiseerde ironisch heten dat de Gemeenteraad van Zandvoort dertig jaar na dato unaniem voor een motie stemt die de weg moet plaveien voor een eventuele terugkeer van de F1.

De kansen daarop zijn, ondanks het potentieel van Max Verstappen, uiterst klein. Het huidige Zandvoort is niet toegerust op de moderne eisen die de FIA stelt aan Grand Prix-circuits en bovendien hebben tal van Europese circuits de grootste moeite om hun Grand Prix rendabel te krijgen in het licht van de aanzienlijke fees die FOM oplegt voor de organisatie van de Grands Prix.

Die stelt tegenwoordig ook hoge eisen aan de infrastructuur rondom de Grand Prix-locaties en ook daarin schiet Zandvoort tekort. Al in de hoogtijddagen van de gratis ‘Marlboro Masters’ werd duidelijk dat de badplaats met het enkele treinspoor vanuit Haarlem en de gebrekkige toegangswegen vanuit die stad naar het circuit niet is toegerust op de toestroom van de 80.000 bezoekers naar een Grand Prix. Om de F1 naar Nederland terug te halen zouden dus niet alleen het Circuit Park, maar ook de Gemeente en de Provincie Noord-Holland aanzienlijke investeringen moeten doen.

Ex-F1-coureur en sinds jaar en dag inwoner van Zandvoort, Jan Lammers, ziet het niet gebeuren.

“Als je weet hoe Ecclestone erin staat, is het erg onlogisch dat de Formule 1 nog in Nederland terugkeert”, zegt Lammers , “Ik denk dat de Formule 1 hier niet terugkeert, maar apprecieer de ambitie en het geloof bij sommige mensen.”

“Je bent dan zo’n 100 miljoen euro en vijf jaar verder”, vermoedt Lammers ten aanzien van de benodigde investering, “Wat ik wel leuk vind, is dat kennelijk wel de ambitie aanwezig is om te investeren.”

Het is in alle opzichten nog vroeg dag. De unaniem aangenomen motie van de Gemeenteraad betrof ‘slechts’ het onderzoeken van de mogelijkheden. Het valt te bezien of het verder komt dan die intenties. Bernie Ecclestone grossiert in aanvragen voor Grands Prix uit de meest excentrieke oorden. Een terugkeer naar Zandvoort ligt dan ook zeker niet in de plannen van de F1-preses. Mocht Zandvoort de ambities desondanks willen verwezenlijken, dan zal het voorstel aan de F1-baas alomvattend en onmiddellijk overtuigend moeten zijn. De fans laten zich het hoofd niet op hol brengen. Zij dromen al jaren van de dag dat de F1 terugkeert naar de kust, maar beseffen evenwel dat het daar waarschijnlijk bij zal blijven… SZ

 

zandvoort lauda2
004
004
005

F1-Planet.com