Home » Specials » Vaarwel aan F1’s ware vechter

Vaarwel aan F1’s ware vechter

Het verlies van Niki Lauda laat diepe sporen na in de Formule 1. De Oostenrijker was vier decennia lang een van de bepalende figuren in de sport en één die de belichaming werd van het heldendom van haar coureurs. Lauda was van hen misschien wel de enige échte held na de onnavolgbare en onwaarschijnlijke wijze waarop hij terugkwam van zijn zware ongeval op de Nürburgring in 1976. Een ode aan F1’s ware vechter.

Het zal de komende weken, maanden misschien wel, onwerkelijk aandoen. Niki Lauda werd in de afgelopen maanden al echt gemist in het paddock. De Oostenrijker was er, misschien met wat korte tussenpozen, altijd geweest. En ondanks alle tegenslagen die hij op zijn weg trof sinds hij in augustus in het ziekenhuis werd opgenomen, was een ieders verwachting dat hij op een goede dag gewoon weer de hekken van het paddock binnen zou stappen. Niemand wilde eraan twijfelen dat hij niet terug zou komen van de tegenslagen. Dat had hij immers altijd gedaan.

Zolang diegene die de sport nu volgen het zich kunnen heugen, gold Niki Lauda als een van de bepalende gezichten in de sport. In alle opzichten was hij een karakter met een ijzeren discipline die het hart op de tong droeg en als coureur eenvoudigweg geniaal getalenteerd was. Hij was, op het nippertje, een overlever van een tijdperk waarin de sport bijna wekelijks een van haar deelnemers moest betreuren. De gedachte dat hij en de hem zo kenmerkende rode pet niet meer terug zullen keren was eenvoudigweg nauwelijks toe te laten, maar zullen nu definitief een herinnering blijven.

Hij was zonder twijfel de grootste coureur van zijn tijd, ongekend begaafd en onmetelijk precies in zijn feedback. Lauda kon zijn team na een run precies vertellen waar het aan schortte en hoeveel tijd er nog te winnen was. Hij was na een aanpassing precies zo snel als hij zijn monteurs even daarvoor had gezegd. Hij was daarbij niet alleen snel, maar ook recht door zee. Lauda zei de dingen hoe hij ze zag, zonder uitzondering. Zijn talent werd door zijn voormalig teamgenoot bij BRM, waar hij in 1972 was gedebuteerd in de Formule 1, Clay Regazzoni aangeprezen bij Ferrari. Het beviel Enzo Ferrari wel wat hij zag: een jonge, intelligente coureur die zelfverzekerd was, maar bovenal enorm snel en zijn team de juiste richting wees. Hij was de gedroomde kopman die de Scuderia na tien jaar weer eens kampioenschapssuccessen moest brengen. Lauda zei hem echter in niet mis te verstane bewoordingen precies wat hij vond toen hij in Maranello voor het eerst testte met de Ferrari en dat had de oude baas in al die jaren nog nooit meegemaakt.

Zijn eerste seizoen bij Ferrari eindigde hij met 2 overwinningen en vier podiumplaatsen als vierde in de eindstand in het rijderskampioenschap. Hij had zijn eerste Grand Prix gewonnen op het Spaanse Jarama, zijn tweede volgde twee maanden later in Zandvoort. Het gedroomde en voor Ferrari’s legende vitale kampioenschapssucces zou volgen. Met de 312T leverde het team eindelijk weer eens een sterke auto af waarmee de monteurs en Lauda uit de voeten konden en die bovendien een stabiel platform vormde voor voorzichtige doorontwikkeling. Lauda zou er in het middenseizoen van 1975 vier Grands Prix in vijf races mee winnen en daarmee voor het eerst in zijn carrière wereldkampioen worden.

Zijn wereldtitel maakt hem in Italië tot een legende. Meer dan ooit tevoren leeft de passie en bewondering voor Ferrari. Voor zijn eerste titelverdediging moest Lauda het opnemen tegen James Hunt en steeds sterkere McLaren. Ze zijn in alles tegenpolen: de extraverte levensgenieter Hunt, voor wie het meer op toeval berust dat hij in de racerij terecht is gekomen en door nog meer toeval in een topauto van McLaren kwam en de introverte, berekenende professional Lauda. Het is bij voorbaat een geweldig affiche voor het Wereldkampioenschap 1976.

Lauda zou het seizoen sterk beginnen, maar het beloofde een jaar op het scherp van de snede te worden. Hunt en McLaren kwamen sterk terug en het werd op bepaalde momenten zelfs een kwestie van millimeterwerk in een strijd naast de baan tussen Ferrari en McLaren over legaliteit van de auto’s. Lauda ging op zijn kenmerkende onverstoorbare wijze door, ook toen Hunt in de loop van het seizoen sterk terug kwam. Na de zege van Hunt op Brands Hatch, zou Lauda op de Nürburgring in zijn thuisrace een passend antwoord moeten geven. Het was op racedag echter nat op de gevreesde Nordschleife, die daardoor nog verraderlijker was. Een groot ongeluk lag op de hoek van elk van de 154 bochten op de loer, maar in de onverschrokken jaren ’70 was dat voortdurend het geval. En dus ging de race gewoon door.

Lauda was de race slecht gestart en schakelde op zijn regenbanden een tandje bij om de aansluiting met de leiders te hervinden. De Ferrari lag echter onrustig op het natte asfalt en in de tweede ronde ging het mis. Bij Bergwerk brak de Ferrari plotseling uit, raakte in een slip draaide en raakte zijdelings in de vangrails. Bij de klap begeeft de benzinetank het en vat, nog tollend, hevig vlam. Brandend kwam die tot stilstand en het was dankzij coureurs Brett Lunger, Guy Edwards en Arturo Merzario dat Lauda ontkwam aan een zekere vuurdood. De Oostenrijker werd met zware brandwonden aan het hoofd afgevoerd naar het ziekenhuis. Dagen lang balanceerde hij op het randje van de dood, maar hij zou wonderbaarlijk herstellen. Zes weken na het zware ongeval verbaasde hij vriend en vijand door een onwaarschijnlijke terugkeer, uitgerekend in een kolkend Monza. De wonden op zijn hoofd waren nog open, maar hij verbeet de pijn. Hij finishte als vijfde en bleef tegen ieders verwachting in de strijd om de wereldtitel.

Die zou hij uiteindelijk toch aan Hunt laten. Voor de finale in het Japanse Fuji namen de weergoden bezit van het circuit en zware regenval teisterde de baan. Er werd hevig gediscussieerd, maar onder druk van live televisie zou de race toch doorgang vinden. Lauda was een van de grootste tegenstanders. Hij ging van start, maar keerde na een ronde terug in de pits. Hij wilde niet nog meer riskeren, daarvoor had hij in voorgaande weken te veel doorstaan.

Het ongeval op de Nürburgring had Lauda letterlijk voor het leven getekend. De zware brandwonden tekenden zijn gezicht. Op zijn hoofd zou nooit meer haar groeien en zijn oren moest hij grotendeels missen. Om de sporen die het vuur had nagelaten enigszins aan het oog te onttrekken, zou hij onafscheidelijk worden van de rode pet die hem vanaf dat moment zou kenmerken.

Ondanks de beproevingen van 1976 had hij nog niets aan snelheid ingeboet. In 1977 keerde hij gemotiveerd terug aan de start en wist een uiterst competitief seizoen met drie overwinningen als meest constante coureur wederom als wereldkampioen af te sluiten. Op de baan zijn de successen groot, maar ernaast zijn de betrekkingen tussen Lauda en Enzo Ferrari verslechterd. Lauda was niet onder de indruk dat Ferrari hem na zijn ongeval al bijna had afgeschreven en was niet blij dat hij bij het team de stugge Carlos Reutemann naast zich kreeg. Lauda voelde zich onnodig onder druk gezet en trok zijn conclusies. Voor 1978 vertrok hij naar het Brabham-team van Bernie Ecclestone.

Met die overgang leek het voorlopig gedaan met de successen. Brabham was begin 1978 op z’n hoogst een goede subtopper, die kampte met de kinderziekten van de Alfa Romeo-techniek die ze achterin de auto’s kreeg. Een vernuftige innovatie brengt echter toch een overwinning: in het Zweedse Anderstorp debuteert de BT44B met een grote ventilator aan de achterkant van de auto. Die zorgt voor een zodanige suctie onder de auto dat die het effect van de skirts van Lotus zelfs overtrof. Lauda won alsof zijn tegenstanders stil stonden. Na afloop zou hij verklaren dat zelfs een aap die race had kunnen winnen.

Het bleef bij die ene race. De ‘Stofzuiger-Brabham’ werd al na één race verboden en Brabham zakte terug in de rangorde. Een reeks pechgevallen ging zichtbaar ten koste van zijn motivatie en in 1979 besloot hij een punt te zetten achter zijn carrière. Hij zou zich gaan richten op zijn eigen luchtvaartmaatschappij Lauda Air. Het bloed zou echter toch kruipen waar het niet gaan kon. Kersvers McLaren-teambaas verleidde Lauda twee jaar na zijn pensioen tot een terugkeer in de sport.

In 1982 keerde hij terug aan de start en liet op 32-jarige leeftijd zien nog steeds goed mee te kunnen komen met de opgekomen, jongere generatie coureurs. In zijn derde race na zijn comeback won hij weer een Grand Prix. In Long Beach had hij snelheid gevonden waar de favorieten stuk voor stuk sneuvelden in incidenten en won de race. Hij had persoonlijk de hand in gesprekken met Porsche over het ontwikkelen van een motor voor McLaren. De financiering werd gevonden bij het Zwitserse TAG. 1983 werd een overgangsjaar, maar al snel bleek het potentieel van de V6 turbo die het Duitse sportwagenmerk had voortgebracht. In 1984 zouden de vruchten worden geplukt.

Lauda zou voor dat seizoen wel onverwacht de snelle, jonge Alain Prost naast zich krijgen. Prost was gebrouilleerd geraakt met Renault, waar hij sinds 1981 had gereden en kwam onverwacht beschikbaar. Ron Dennis zag zijn kans schoon en plaatste de jonge uitdager naast de gelouterde veteraan Lauda. McLaren domineerde 1984, maar de titelstrijd tussen Lauda en Prost was bloedstollend. Lauda zou het kampioenschap uiteindelijk met maar een half punt verschil net in zijn voordeel beslissen. Negen jaar na zijn eerste behaalde hij zijn derde wereldtitel.

1985 begon voor Lauda met een ongekende reeks pechgevallen – 7 in de eerste 8 races – waardoor er van een titelverdediging al snel geen sprake meer is. Het enige hoogtepunt in dat seizoen, is de Grand Prix van Nederland in Zandvoort, waarin hij zich Prost een race lang als een schaduw achter zich heeft, maar hem knap voor blijft. Zijn besluit had hij op dat moment al genomen. Hij hield het weer voor gezien, maar nu definitief.

Na zijn stoppen richtte Lauda zich vol op zijn luchtvaartmaatschappij, die een behoorlijke positie op charter en zelfs intercontinentale vluchten opbouwde. Op de circuits was hij daardoor een aantal jaren maar sporadisch te zien, maar begin jaren ’90 sloeg het noodlot toe. In Thailand verongelukte een toestel van Lauda Air. Lauda is zichtbaar geroerd door het ongeluk, maar gaat de strijd aan met leverancier Boeing. De oorzaak werd herleid naar een technisch defect, waardoor Lauda na jaren van procedures toch in het gelijk werd gesteld.

Hij keerde terug op de circuits. Zijn voormalig teambaas bij Ferrari, Luca di Montezemolo, was President geworden bij Ferrari en had hem gevraagd een adviesrol te vervullen voor het team. Die rol vervulde hij begin jaren ’90 terwijl het team poogde zich na jaren van droogte opnieuw te formeren. Teambaas Jean Todt heeft echter zijn eigen ideeën, besloot het succesvolle Benetton-trio Michael Schumacher, Ross Brawn en Rory Byrne – aan te trekken. Lauda voelde zich genegeerd en vertrok. Het zou tot 2001 duren voor hij terugkeerde: nu als teambaas van Jaguar Racing. Het team, dat eigendom was van moederconcern Ford, was een matige middenmoter en het lukte Lauda niet om het tij daar snel te keren. Na iets meer dan een seizoen werd hij door Ford ontslagen.

In 2012 maakte hij opnieuw zijn opwachting toen Mercedes, inmiddels teruggekeerd als constructeur, kenbaar maakte dat ze haar F1-team wilde doorstarten met een nieuwe teamleiding. Lauda werd Niet-Uitvoerend Voorzitter en de succesvolle zakenman Toto Wolff werd opgelijnd als opvolger van Ross Brawn. In zijn rol verleidde Lauda Lewis Hamilton ertoe McLaren te verlaten voor een overstap naar Mercedes. Een stap die zich twee jaar later zou uitbetalen toen Mercedes toonaangevend bleek onder de nieuwe hybride turbo V6-reglementen. Het was het begin van een jarenlange, onafgebroken succesreeks van het team. Lauda was in zijn rol in zijn element. Formeel had hij geen verantwoordelijkheden, maar op de achtergrond waren zijn visie en redenaties regelmatig bepalend voor de vindingrijkheid en doortastendheid van het team.

Zijn handelsmerk was tevens één van zijn krachten: zijn no-nonsens benadering waarmee hij geen blad voor de mond nam. Hij was wars van heilige huisjes en zorgde met die benadering vaak voor een veel breder spectrum van mogelijkheden door de gevestigde orde uit te dagen en denkpatronen te doorbreken. Daar was niet altijd iedereen even blij mee. Zo lovend als hij kon zijn over de coureurs in zijn team, zo genadeloos kon hij ze afbranden na, in zijn ogen, domme fouten of ondermaats presteren. Zijn scherpe tong zette hij ook in voor de goede zaak in de sport. Na zijn terugkeer in 1982 leidde hij een rijdersstaking, omdat de superlicentie voorwaarden van de FISA – de toenmalige sportkoepel van de FIA – de positie van de coureurs zou ondermijnen. Na de dood van Roland Ratzenberger en Ayrton Senna in Imola in 1994 leidde Lauda persoonlijk de kruistocht voor een verbeterde veiligheid in de sport.

Naast zijn functies als adviseur en ambassadeur van de teams waarvoor hij werkte, was hij steevast op het circuit te vinden als analist voor de Duitse RTL. Die rol vervulde hij tot begin 2018, toen hij na meer dan twee decennia afscheid nam. Voor de Duitstalige kijker gaf hij op zijn eigen wijze duiding aan de gebeurtenissen in de races en was ook daarbij soms niet mals in zijn kritiek.

Die scherpte was wel wat Lauda altijd heeft gekenmerkt. Elke rol die hij op zich nam vulde hij op de zijn kenmerkende wijze in: serieus, systematisch en volhardend en daarmee een van de mensen die de Formule 1 kleur hebben gegeven. Hij gaf de Formule 1 onbedoeld een heldenepos van wereldformaat op het moment dat de sport een wereldwijd publiek aan zich begon te binden en gaf de Ferrari-legende door zijn wereldtitels midden jaren ’70 een nieuwe impuls. Ook na zijn carrière bleef Lauda ondanks zijn eigenzinnigheid een alom gerespecteerd man in het paddock. Het feit dat hij ondanks zijn soms scherpe kritieken nauwelijks vijanden had, is wat dat betreft veelzeggend. Hij zal in de volledige breedte van de autosport worden gemist.  SZ

 

F1-Planet.com