Home » Actueel » Voormalig F1-coureur Dan Gurney overleden

Voormalig F1-coureur Dan Gurney overleden

In een ziekenhuis in New Port Beach, Californië is op zondag voormalig F1-coureur en -teambaas Dan Gurney overleden. Hij overleed aan de gevolgen van complicaties bij een longontsteking. Zijn overlijden werd op zondagavond, op basis van de pacifische tijdszone, bevestigd door zijn familie.

“Met een laatste lach op zijn knappe gezicht is Dan, kort voor het middaguur vandaag, 14 januari 2018, weggereden naar het ongewisse. Met groot verdriet, maar met dankbaarheid in onze harten voor de liefde en het plezier dat je ons hebt gegeven in je tijd op deze aarde, zeggen we ‘goede reis’ “, laat zijn familie weten.

“…Ruik de zee en voel de lucht, Laat je ziel en geest vliegen naar het mystieke”, luidt het onderschrift bij het overlijdensbericht.

Daniel Sexton Gurney kwam in de jaren ’50 en ’60 uit in een groot aantal autosportklassen op zowel het Amerikaanse als Europese continent en was succesvol in vrijwel elk van hen. Formule 1, IndyCar, USAC, de 24 Uur van Le Mans, CanAm en NASCAR – Gurney zegevierde in elk van hen. In de Formule 1 deed hij dat als een van de weinige met zijn eigen team, de Anglo-American Eagle-Weslake.

Gurney werd in 1931 geboren in Port Jefferson in de staat New York in een geslacht van engineers. Zijn opa was de uitvinder van de Gurney kogellager. Ook zijn vader was na een studie op Harvard Business School voorbestemd voor een carrière in het bedrijfsleven, maar werd verleid tot een carrière in de muziek. Dan groeide op in New York, waar zijn vader de lead bas was in de Metropolitan Opera Company. Na diens carrière verhuisden de Gurney’s naar Californië, waar Dan in aanraking kwam met de autosport. Hij hielp mee met de bouw van ‘hot rod’ auto’s en racete ermee. Met een van de zelfgebouwde auto’s zou hij op de zoutvlakten van Bonneville een snelheid van 138 mph (222 km/u). Zijn carrière als amateur sportscar coureur zou worden onderbroken door een diensttijd waarin hij 2 jaar diende in de Koreaanse oorlog.

In 1957 werd de jonge Gurney ontdekt toen hij opviel bij een test met de Arciero Special, die was uitgerust met een Maserati-motor en een Ferrari versnellingsbak. Gurney werd door zijn indrukwekkende handling de aandacht getrokken en mocht gaan testen en racen met een fabrieks-Ferrari op Le Mans. Hij maakte indruk en mocht vanaf 1959 voor het merk uitkomen in de Formule 1. Gurney maakte onmiddellijk indruk en stond in de vier races die hij dat jaar reed twee keer op het podium.

Het was een droomdebuut, maar Gurney kon de typische managementstijl van Ferrari niet waarderen en stapte voor 1960 over naar BRM. Daar maakte hij in Zandvoort een van de zwaarste ongelukken van zijn carrière mee. Hij verliest de controle bij de Tarzanbocht en komt ondersteboven tegen de achterliggende duinen terecht. Gurney kon met alleen gebroken arm uitstappen, maar een jonge toeschouwer die daar in een verboden zone stond, overleed.

Voor 1961 maakte hij de overstap naar het fabrieksteam van Porsche. In Rheims kwam hij dichtbij een eerste overwinning, maar door een last minute inhaalactie kon Giancarlo Baghetti alsnog langszij komen. De Amerikaan weigerde hem te blokken. Opgegroeid in de Amerikaanse racecultuur, waar slipsteamen aan de orde van de dag is, vond hij het onsportief. In Rouen was het een jaar later met een verbeterde auto en 8-cilinder alsnog raak en won hij zijn eerste Grand Prix. Tot op de dag van vandaag de enige overwinning van Porsche als constructeur in de Formule 1.

Voor 1963 maakte Gurney de overstap naar het team van regerend wereldkampioen Jack Brabham, die voor zichzelf begon. Gurney werd de eerste coureur op de loonlijst. Brabham gaf het team z’n vuurdoop met een overwinning in een non-championship race. In de openingsrace van 1964 behaalde Gurney de eerste overwinning voor Brabham in het Wereldkampioenschap, opnieuw in Rouen. In de laatste race van het jaar in Mexico won hij opnieuw. In 1965 volgt in het spoor van Brabham, die in dat jaar zijn tweede titel behaalde, een reeks van vijf podiumplaatsen op rij.

Het succes van Brabham als teambaas/coureur inspireerde Gurney om eveneens een eigen team te starten.  Voor 1966 kwam hij aan de start met zijn prachtige Anglo-American Eagle-Weslake. Met gespaakte wielen en een metallic blauwe kleur was de Eagle direct een blikvanger. Na een aanloopjaar, waarin twee vijfde plaatsen het hoogtepunt vormden, kreeg hij de auto in 1967 nog competitiever. In Spa-Francorchamps boekte hij een historische overwinning in zijn eigen auto. Hij versloeg Jim Clark in de ultradominante Lotus en werd na Brabham de tweede coureur die won in zijn eigen auto.

De overwinning kwam een week na zijn overwinning in de 24 Uur van Le Mans met A.J. Foyt in een Ford GT40. Gurney en Foyt domineerden en versloegen Ferrari in een direct duel.

Gurney racete na zijn overwinning in 1967 ook in 1968 nog met de Eagle in de Formule 1, maar de auto had zijn competitiviteit in de groeiende heerschappij van de Ford Cosworth DFV verloren. Resultaten zaten er niet meer in door aanhoudend mechanische problemen. Op de Nürburgring leidde hij de race tot een aandrijvingsprobleem een streep zette door zijn race. Voor het einde van het jaar had hij er genoeg van en stapte in bij Bruce McLaren Racing. Hij zou nog een handvol Grands Prix rijden. In 1970 beëindigde hij zijn carrière.

Gurney zou zich volledig gaan richten op teammanagement van zijn All American Racers team, dat in uitkwam in IndyCar, de 12 Uur van Sebring en de 24 Uur van Daytona. In 1980 volgde een kortstondige comeback als coureur in de NASCAR Winston Cup Series, waar hij uitkwam in een Chevrolet naast belofte Dale Earnhardt. Zijn team zou nog tot 1986 actief zijn in CART/IndyCar. Het team werd succesvol in de IMSA GTP series, waarin het 17 races won. In 1996 keerde AAR terug in CART, waarin ze actief bleef tot 1999. In 2000 zette Gurney een auto in voor zijn zoon in de Toyota Atlantic.

Naast zijn F1-carrière kwam hij ijzig dichtbij een overwinning in de Indianapolis 500. Van 1968 tot 1970 finishte hij drie jaar op rij op het podium. Vroeg in zijn carrière behaalde hij ook 5 overwinningen in de NASCAR Grand National Series.

Na zijn pensionering leidde Gurney een teruggetrokken bestaan, waarbij hij sporadisch nog op een circuit te vinden was.

Dan Gurney werd 86 jaar.

 

F1-Planet.com